Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Basterdsatijnvlinder

betekenis & definitie

Een witte vlinder, die van Juni tot September vliegt en waarvan het wijfje ongeveer drie cm vleugelspanning heeft. Het mannetje is wat kleiner.

De wijfjes vliegen bij voorkeur ’s nachts, leggen eieren aan de onderzijde der bladeren van appels, peren, eiken, hagedoorns en bedekken die met een bruingele wol, welke uit het achterlijf gesponnen wordt. In Augustus komen uit die eieren kleine rupsen, die de bladeren in de omgeving samenspinnen tot een nest, waarin ze overwinteren. Dat zijn de overbekende rupsennesten. In het voorjaar verlaten de rupsen één voor één het nest, eten van de knoppen in de buurt en keeren aanvankelijk nog in het nest terug. Daarna gaan zij zich verspreiden en eten dan het moes der bladeren. In Juni gaan de rupsen verpoppen en na drie weken zijn het vlinders.De volwassen rups is bedekt met gele haren in bundels. Op het negende en tiende lid hebben ze een roode wrat. De haren zitten los en bevatten gif; het zijn zgn. netelharen, welke gemakkelijk huidontsteking en slijmvliesontsteking kunnen geven bij de vangers, te meer, daar die haren weerhaakjes hebben. Vooral oogontstekingen zijn voorgekomen, doordat de vangers, die de rupsen met de handen aanpakken, later in hun oogen wrijven.

Nu en dan geven die rupsen aanleiding tot een algemeene plaag in tegenstelling met andere soorten van rupsen: ringelrupsen, plakkers, welke gewoonlijk slechts plaatselijk in groot aantal voorkomen en als ei overwinteren. Vooral na strenge winters heeft men een plaag van basterdsatijnrupsen te wachten, daar de omstandigheden voor overwintering dan juist gunstig voor hen schijnen te zijn. In 1930 kwam zulk een plaag over het geheele land voor.

De natuurlijke beperking van het aantal rupsen bestaat in ’t volgende : Sluipwespen leggen hun eieren in de rups; meezen trekken in den winter de nesten uit elkaar; de koekoek eet gaarne de behaarde rupsen; nachtzwaluwen en vleermuizen gaan ’s nachts jacht op de vlinders maken, maar dat alles helpt niet genoeg. De boschwet van 1820 machtigt de regeering maatregelen tegen schadelijke insecten te nemen. Roermond stelde in 1902 de verwijdering van de rupsennesten in de boomen verplicht. De beste bestrijdingswijze is de gemakkelijk herkenbare lichtgrijze spinsels uit de boomen te knippen en te verbranden De satijnvlinder is wat grooter dan de basterd, wordt 5 cm lang. De rups van den satijnvlinder heeft roomkleurige vlekken op den rug en komt alleen op populieren voor.