Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Barm (waterbouwkunde)

betekenis & definitie

Berm. Waterpas liggend gedeelte van een glooiing tot steun dienend.

Gedeelte van een dijk of weg, dat terzijde van de kruin ligt. Met gras begroeide bermen. In de vestingbouw: het deel tusschen borstwering en gracht. In Vlaanderen : ribbetjes op papier, op geweven stoffen, barmpjes. Binnenberm, buitenberm. Barmsloot: eigenlijk sloot langs den dijk, maar in polders de groote slooten welke het water afvoeren (tegenover scheidslooten; de barmslooten staan onder polderkeur, de scheidslooten niet).