Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Baan

betekenis & definitie

Grondwerk: Onderlaag van een weg, bestaande uit puin, aarde of zand. Smid: Het bovenvlak van het aambeeld.

Het slagvlak van een hamer.Steenbakker: Droogveld van den versch gevormden steen, tusschen twee steenhagen (loodsen) in. De baan is gewoonlijk 15 meter lang en 5 meter breed. Algemeen: Een omheind veld voor een bijzonder doel bestemd: Lijnbaan, maliebaan, renbaan, wildbaan, hertebaan, vinkebaan, tennisbaan, ijsbaan, golfbaan.