WoordHoek

Ewoud Sanders (2024)

Gepubliceerd op 24-01-2024

Voorbehoedmiddel

betekenis & definitie

Is het woord voorbehoedmiddel van oudsher geassocieerd met seksualiteit?

Opmerkelijk nieuwtje begin deze week: het aantal jongeren dat de pil slikt of een condoom gebruikt neemt af. Onder meisjes en jonge vrouwen is het gebruik van de pil in ruim tien jaar tijd afgenomen van 76 procent naar 46 procent. Van de jongens zonder vaste relatie gebruikt 40 procent geen condoom. In 2012 was dit nog 25 procent.

Alles bij elkaar gebruikt een op de vijf jongeren geen voorbehoedmiddel. Toch neemt het aantal soa’s onder hen niet toe. En ondanks het dalende pilgebruik is het aantal vrouwen dat te maken krijgt met een ongewenste zwangerschap ook niet toegenomen.

Dit alles blijkt uit een onderzoek van Rutgers en Soa Aids Nederland onder tienduizend jongeren van 13 tot 25 jaar.

In mijn mailbox leidde dit nieuwsbericht tot een vraag over het woord voorbehoedmiddel. ‘Toen ik dit leerde kennen, aan het begin van de pubertijd, dacht ik: wat betekent dit woord nou precies? Voorbehoeding waartegen? Gaat het om middelen die zijn uitgevonden tegen zwangerschap of tegen geslachtsziekten? Of tegen allebei?’

De lans omhuld
Zoals wel vaker, ligt het nog iets ingewikkelder. Wij associëren het woord voorbehoedmiddel (je kunt het ook met een tussen-s schrijven) met seksualiteit. De pil en het spiraal voorkomen ongewenste zwangerschap, het condoom kan tevens de overdracht van geslachtsziektes voorkomen.

De pil is in 1960 uitgevonden door de Amerikaan Gregory Pincus, het eerste spiraaltje is in 1909 ontwikkeld door de Duitser Richard Richter, het condoom is nog veel ouder. Al 1717 schreef de Engelse arts Daniel Turner in zijn boek Syphilis, A Practical Treatise on the Veneral Disease: ‘Het “Condum” is het beste, zo niet het enige preservatief dat onze libertijnen tot op heden hebben gevonden. Maar omdat dit het gevoel zo vermindert, heb ik sommigen van hen horen beweren dat ze liever syfilis riskeren, dan een verbintenis aan te gaan cum Hastis sic clypeatis – met de lans aldus omhuld.’

Over de geschiedenis van het condoom valt nog veel meer te vertellen (al lang daarvoor gebruikte men een dichtgeknoopte dierendarm als preservatief), maar inderdaad, het werd dus beschouwd als een voorbehoedmiddel. Door mannen eerder als een middel tegen geslachtsziekten dan tegen zwangerschap. Dat laatste is door veel mannen veelal beschouwd als een probleem van de vrouw.

Voorbehoedmiddel tegen kinderziektes
Is het woord voorbehoedmiddel van oudsher geassocieerd met seksualiteit? Nee, aanvankelijk werd het vooral geassocieerd met besmettelijke ziektes. Dus niet speciaal met seksueel overdraagbare ziektes, maar met ziektes als cholera en de pokken. Dat zie je onder meer terug in de titels van oude geschriften. Zo verscheen in 1824 een pamflet getiteld Verdient de vaccine thans nog als voorbehoedmiddel tegen de kinderziekte te worden aangeprezen? Uit 1854 dateert Mededeelingen betreffende de inenting als voorbehoedmiddel tegen de longziekte. En uit 1857: De inënting van de ware pokken en de koepokken, als voorbehoedmiddel tegen de pokziekte.

Het woord voorbehoedmiddel bestond toen al een tijdje – we treffen het aan vanaf het eind van de achttiende eeuw. Het komt ook voor in de vorm voorbehoedINGSmiddel.

Volgens het wetenschappelijk Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) dateert de associatie tussen het woord voorbehoedmiddel en seksualiteit pas van het begin van de twintigste eeuw. ‘Voor 1921 niet aangetroffen in de pregnante betekenis “middel ter voorkoming van zwangerschap”’, stelt dit woordenboek.

Ik heb zo het idee dat de redacteur van dit WNT-artikel er plezier in had om de woorden pregnant en zwangerschap hier in twee verschillende betekenissen zo dicht bij elkaar te brengen. Zeg maar: om ze in deze context te laten cohabiteren.