WoordHoek

Ewoud Sanders (2023)

Gepubliceerd op 23-08-2023

Stemmenkanon

betekenis & definitie

Het woord stemmenkanon kan rekenen op goede tijden. Het zal vooral worden genoemd in verband met twee personen: Henri Bontenbal en Pieter Omtzigt.

Henri Bontenbal is, zoals bekend, de man die het noodlijdende CDA uit het slop moet zien te trekken. En Pieter Omtzigt, tja, wie kent hem niet?

Over Bontenbal zal de vraag worden gesteld: kan hij zich ontwikkelen tot een stemmenkanon? En over Omtzigt: hoever zal dit stemmenkanon kunnen komen? 20 zetels? 46 zetels? Zeker bij Omtzigt zijn de verwachtingen torenhoog – met alle risico’s van dien.

Ik vind stemmenkanon een beetje een raar woord. Met een kanon vuur je iets af. Terwijl het de bedoeling is dat een stemmenkanon juist veel stemmen naar zich toe trekt. Maar goed, wellicht is het idee dat zo’n stemmenkanon dat doet door doorlopend ideeën en meningen af te vuren die veel kiezers aanspreken. Die hen raken dus.

Vlaams?
Stemmenkanon is een betrekkelijk jong woord. In kranten vinden we het pas sinds 2000. Aanvankelijk in berichten over Vlaamse politici – wat er op zou kunnen wijzen dat dit woord in Vlaanderen is ontstaan. Maar in 2001 gebruikte NRC Handelsblad het voor de VVD-politicus Gerrit Zalm. In een zin waarin het woord ‘stemmenkanon’ tussen aanhalingstekens werd geplaatst. Zoals hier eerder opgemerkt: dat was en is in kranten een gebruikelijke manier om aan te geven dat een woord nog niet echt gangbaar is. Je kunt die aanhalingstekens lezen als: zo zegt men dat tegenwoordig.

Zeker is dat het woord snel aansloeg. Vanaf 2002 vind je het met grote regelmaat in de pers. Opmerkelijk genoeg is het nooit doorgedrongen tot de Eerste of Tweede Kamer. Althans: het is niet terug te vinden in de verslagen van de vergaderingen en debatten aldaar. En dat terwijl daar zich de natuurlijke habitat van stemmenkanonnen bevindt.

Stemmingskanon
Opmerkelijk is ook dat er lang een woord heeft bestaan dat sterk op stemmenkanon lijkt, namelijk stemmingskanonnade. Je vindt dit woord vanaf het begin van de jaren dertig. Aanvankelijk vooral in advertenties voor de film ‘Bomben auf Monte Carlo’. ‘Een Dolle stemmings-kanonnade op toeschouwers en toehoorders’, noemde een krant deze film in 1932.

Voor zover mij bekend heeft stemmingskanonnade nooit onze woordenboeken gehaald, hoewel het tientallen keren te vinden is in oude kranten. De betekenis lijkt te zijn geweest: een wirwar aan stemmingen – van vrolijk tot droevig of zoiets. Iemand die deze stemmingswisselingen goed kon vertolken, werd een stemmingskanon genoemd. Ook dat woord kom je met enige regelmaat tegen. Bijvoorbeeld in boeken over de geschiedenis van het Nederlandse cabaret.

Felicitaties
Terug naar stemmenkanon. In feite is de opmars van dit woord al begonnen. ‘Van alle kanten felicitaties voor stemmenkanon Omtzigt’ (vandaag in Tubantia); ‘Stemmenkanon Pieter Omtzigt vaart ook met nieuwe partij zijn eigen koers’ (gister op NU.nl). En onlangs bij de NOS: ‘Wachten op Omtzigt: stemmenkanon kan grote rol spelen in verkiezingen’.

Nu is het wachten op de aantrekkingskracht van Henri Bontenbal. Onlangs schreef de NRC over hem: ‘[Hij] is onbekend bij het grote publiek en geen stemmenkanon’. En op radio1 was te horen, aldus een samenvatting op internet: ‘Het CDA hoopt zetels binnen te halen met behulp van Kamerlid Bontenbal. Volgens [Sjuul] Paradijs is hij niet bekend genoeg om als stemmenkanon te fungeren.’



Alsjeblieft!
Dit artikel kreeg je van Ensie cadeau. Wil je ook bijdragen aan toegankelijke kennis? Klik hier en word vriend van Ensie.