WoordHoek

Ewoud Sanders (2024)

Gepubliceerd op 05-06-2024

Stembus

betekenis & definitie

Omdat we morgen weer kunnen gaan stemmen, hier een korte ode aan het woord stembus.

Zo op het eerste gezicht is stembus een oninteressant woord. Iedereen kan er zich meteen een voorstelling bij maken. Nederland zou Nederland niet zijn, als niet op enig moment was vastgelegd hoe zo’n bus er precies uit moet zien. Dat gebeurde in 1850, per Koninklijk Besluit. Lees en huiver:

‘De stembus is [...] een ronde bus, van boven eenigszins schuin oploopende, gedekt met een rond deksel, in welks midden eene sleuf ter lengte van 0.106 meter, ter breedte van 0.008 meter; het deksel vastgehecht aan de eene zijde der bus met een van binnen geklonken scharnier en hebbende twee lippen, passende op twee insgelijks in de bus geklonken oogen, waardoor twee hangsloten kunnen worden gehangen…’

Let wel: dit is slechts een derde van de officiële definitie van dit woord. De volledige definitie telt meer dan tweehonderd woorden.

Witte en zwarte balletjes
De geschiedenis van het woord stembus blijkt nooit degelijk in kaart te zijn gebracht. Het wetenschappelijke Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) geeft als vroegste vindplaats de beginzin van dat Koninklijk Besluit, wat de indruk wekt dat we het woord stembus pas kennen sinds 1850. Actief stemrecht voor mannen én vrouwen kennen we in Nederland pas sinds 1919, maar vanzelfsprekend werd er voor die tijd al over van alles en nog wat gestemd, al dan niet per stembus.

Jacob van Veen (1701-1752) was rechter en stadsbestuurder in Alkmaar. In zijn vrije tijd dichtte hij. In 1731 schreef hij de zinnen: ‘Hoe bly ziet gy uw naam in ’t zelve wit!/ Daar Gy als Rechter aan de Stembus zit.’

Hoe dat stemmen er indertijd aan toeging weten we niet, maar vanaf het begin van de negentiende eeuw lees je geregeld over stemmen met witte en zwarte balletjes. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de vrijmetselarij, een genootschap van mensen die streven naar geestelijke en morele verheffing. Een boek uit 1843 schrijft over die stemprocedure:

‘De Achtbare Meester leest het briefje aan de vergadering voor en noodigt haar uit om met balletjes te stemmen, of men de gedane aanvraag al of niet in overweging zal nemen. Wanneer al de balletjes in de stembus wit zijn, wordt er gevolg gegeven aan de voorstelling. Zoo er drie zwarte balletjes in zijn, wordt de aanzoeker onvoorwaardelijk en zonder beroep afgewezen.’

Het stemrechtlied
Balletjes in een stembus – dit betekent dat de gleuf aan de bovenzijde stellig groter moet zijn geweest dan de stembus die verplicht werd gesteld in 1850. Aardig is dat het woord stembus al snel nieuwe verbindingen aanging. Het WNT vermeldde in 1935 bijvoorbeeld stembusgedoe (‘al wat met de stemming of verkiezing te maken heeft’), stembusleuze, stembusoverwinning en stembusprogram. Die lijst is eindeloos uit te breiden. De jongste editie van de Dikke Van Dale vermeldt maar liefst 22 samenstellingen met stembus. Het gaat om woorden als stembuschaos, stembusdebacle en stembusfraude.

Mocht iemand nog eens een gedegen geschiedenis van de stembus willen schrijven, denk dan ook aan het ‘Stemrechtlied’, opgenomen in de Socialistische liederenbundel. Nota bene: dit lied dateert van 1910, toen stemmen nog was voorbehouden aan de elite.

Doe open de stembus: het volk staat er voor!
Doe ’t gauw, of de boel gaat kapot!
Minister des konings! verleen ons gehoor!
Wij wachten niet meer, ben je zot!
Doe open de stembus! het volk eischt zijn recht,
Het volk wil gelijkheid voor heer en voor knecht,
Het vragen houdt op, dus maak voort! (bis)