WoordHoek

Ewoud Sanders (2024)

Gepubliceerd op 09-07-2024

Slappe hap

betekenis & definitie

In deze laatste WoordHoek voor de zomervakantie aandacht voor een woordcombinatie die onlangs vleugels kreeg, namelijk: slappe hap.

De aanleiding om hierover te schrijven zal duidelijk zijn. Een paar dagen geleden zei Wilders in een debat in de Tweede Kamer tegen premier Schoof: ‘Dat was een slappe hap. Mag ik dat zeggen? Dat was slappe hap. Als uw mensen worden aangesproken als racist, verwacht ik van de minister-president – u bent ook míjn minister-president – dat u daar direct afstand van neemt.’ Vervolgens stuurde Wilders nog een tweet met een opname van deze interruptie – kennelijk is hij er zelf trots op. De tekst luidde simpelweg: ‘Slappe hap.’ Gevolgd door de hashtags #Schoof #DEBAT.

Over het ontstaan van slappe hap zijn we vrij goed geïnformeerd. Deze woordcombinatie komt uit de soldatentaal en is voor het eerst opgetekend in het dagblad De Vrije Pers. Begin augustus 1949 schreef deze krant, die werd uitgegeven in wat toen nog Nederlands-Indië heette:

‘De nieuwste aanwinst op het taalgebied is het woord “hap”. Volgens onze krijgsmakkers is alles een “hap”. Een link karweitje in een boesoeke [slechte] kampong heet een “rot hap”. Die stamppot-uit-blik, waar we allemaal gek op zijn, heet “de slappe hap”. Er zijn van die dikke strijders, u weet wel: hollands glorie potverdorie, en zo’n man heet naar “de vette hap”. Alles volgens onze soldaatjes, wij wagen ons niet aan zulk een omschrijving. En dan heb je nog de aalmoezeniers en veldpredikers, die soms “kapitein van de godsdienst” en soms “de heilige hap” heten.’

We vinden hier dus een heleboel happen bij elkaar: slappe hap voor ‘stamppot-uit-blik’; rot hap voor ‘een link karweitje’; vette hap voor ‘dikke soldaten’ of voor vet eten dat dikkerdjes oplevert. Plus heilige hap voor ‘aalmoezeniers en veldpredikers’.

Mee naar Korea
De datering, augustus 1949, is hier relevant: het gaat om Nederlandse soldaten die meevochten in een koloniale oorlog die lang is toegedekt met het tamelijk stuitende eufemisme ‘Politionele Acties’. Hedendaagse historici spreken liever van de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog.

Vanaf eind 1949 kwamen die soldaten weer terug naar Nederland. Vervolgens werden er, tussen 1950 en 1954, een kleine vijfduizend Nederlandse soldaten uitgezonden om mee te vechten met het pro-westerse Zuid-Korea in de oorlog tegen het communistische Noord-Korea. Dat die happen met ze meereisden, bleek in 1959. Het tijdschrift De Nieuwe Taalgids schreef toen dat het woord hap zonder twijfel bekend was bij mannen ‘die de laatste jaren hun dienstplicht vervuld hebben’. Volgens dit tijdschrift was het ‘zeer waarschijnlijk’ afkomstig uit Korea ‘waar de vrijwilligersdetachementen kwamen en gingen’:

‘Men sprak dan respectievelijk van “nieuwe hap” en “ouwe hap”. Deze term [hap] heeft in ons leger vaste voet gekregen door het doorstromingssysteem, waardoor elke twee maanden een nieuwe ploeg aan de parate onderdelen wordt toegevoegd, terwijl de oudste groep die zijn diensttijd heeft volbracht, afzwaait. Is het een grote groep, dan spreekt men van “vette hap”, is het niet zo’n beste groep van “slappe hap”.

Hollands Aanvullings Bataljon
We zien hier dus dat slappe hap in de soldatentaal een nieuwe betekenis heeft gekregen: van het positieve (want smakelijke) ‘stamppot-uit-blik’, naar het negatieve ‘een slap zootje, soldaten van mindere kwaliteit’. De auteur van dit artikel opperde de suggestie dat hap iets te maken zou kunnen hebben met de afkorting H.A.B., in militaire kringen gebruikt voor ‘Hollands Aanvullings Bataljon’. Maar nee, het bestond toen al een tijdje. Deze verklaring is later dan ook naar de prullenbak verwezen door kolonel Leen Verhoeff, een expert in de soldatentaal.

Vanuit de soldatentaal kwam slappe hap langzaam in de algemene volkstaal terecht. Dat gebeurde halverwege de jaren zestig. Zo zei een voetbaltrainer in 1965: ‘Ik hou niet van een slappe hap. Als we ’s morgens afgemat zijn van de conditietraining en na misschien een half uurtje rust de voetbaltraining beginnen, dan lijkt het af en toe op z’n elfendertigst te gaan.’

Informeel
Wel is slappe hap lang beschouwd als informele taal. In 1972 werd het opgenomen in een Bargoens woordenboek, met als aantekening ‘oorspronkelijk [een] dienstterm, later ook in andere milieus.’

Tot het politieke milieu is het nooit echt doorgedrongen. Althans: je vindt het zelden in de verslagen van de Kamerdebatten terug. Vermoedelijk is dat een van de redenen waarom veel mensen het nu, toen Geert Wilders dit zei tegen de premier die hij met zoveel moeite had gevonden, aanstootgevend vonden. Het was alsof we even naar een fittie op het schoolplein zaten te kijken. In Twittertaal: slappe hap, #Wilders #BESCHAMEND.

De volgende WoordHoek zal half augustus verschijnen.

< >