WoordHoek

Ewoud Sanders (2024)

Gepubliceerd op 13-06-2024

Polarisatie

betekenis & definitie

Polarisatie was oorspronkelijk een technisch begrip. Als sociaal verschijnsel rukt het op.

Het woord van de week werd aangedragen door Nieuwsuur. Dit televisieprogramma besteedde afgelopen maandag aandacht aan de toenemende polarisatie in Nederland. In een reportage kwamen onder anderen enkele wegwerkers aan het woord. Kabelleggers en stratenmakers die geregeld werden uitgescholden omdat mensen hinder ondervonden van hun werkzaamheden. Aan bod kwam ook dat winkelmedewerkers van de supermarktketen Dirk van den Broek bodycams gaan dragen. Dit omdat zij geregeld te maken krijgen met agressie en geweld.

Veel mensen zullen deze ontwikkeling ook zelf hebben gadegeslagen. Zelf ben ik de afgelopen jaren in ieder geval herhaaldelijk getuige geweest van grof en ronduit onbeschoft gedrag. Op straat, in het verkeer, in het openbaar vervoer, in winkels, in bioscopen. Meestal was ik er slechts getuige van, maar ik ben ook weleens uitgescholden door een automobilist die vond dat ik te langzaam overstak. Met twee vuilniszakken in m'n handen.

Voor deze ontwikkelingen zijn diverse oorzaken aan te wijzen, zo vertelde een hoogleraar ‘Polarisatie & Veerkracht’ bij Nieuwsuur. Hoe dan ook zijn er duidelijke tekenen van polarisatie.

Technische zaken
Polarisatie blijkt van oorsprong een technische term, die teruggaat op het werkwoord polariseren. In de elektrotechniek en natuurkunde wordt polariseren onder meer gebruikt voor het vormen van polen met een positieve en een negatieve lading. Bij de ontwikkeling van deze techniek speelden Franse natuurkundigen een belangrijke rol. Aan het eind van de achttiende eeuw bedachten zij hiervoor de woorden polariser en polarisation. Vanaf het begin van de negentiende eeuw lees je in Nederlandse bronnen over zaken als ‘chromatische polarisatie’, ‘circulaire polarisatie’, ‘electro-magnetische polarisatie’ en ‘elliptische polarisatie’ – allemaal technische zaken dus.

Als we het tegenwoordig over polarisatie hebben, bedoelen we het ontstaan of toenemen van spanningen en tegenstellingen in een groep. Dan wel het toespitsen of benadrukken van tegenstellingen tussen politici of politieke partijen. Die overdrachtelijke betekenis vinden we opvallend snel. Al in 1837 had de schrijver Jan Frederik Oltmans (1806-1854) het over ‘de polarisatie in de staat’. Erg algemeen lijkt die toepassing nog niet te zijn geweest – pas vanaf het begin van de twintigste eeuw lees je geregeld over polarisatie in de maatschappij en de politiek. Kennelijk was het een lastig begrip. Althans, in De uitvreter, de bekende novelle van Nescio uit 1911, vraagt hoofdpersoon Japi op een gegeven moment: ‘Weet jij wat polarisatie is? Ik ook niet, maar ik heb ’t geweten. De raarste dingen heb ik moeten leeren.’

Zandbaklanden
Met name politici mogen graag polariseren, je mag aannemen om zich van anderen te onderscheiden. Dit wordt dan ook vaak aangewezen als een van de oorzaken van polarisatie in de maatschappij. Ik beperk me hier tot één voorbeeld. Het gaat om een citaat van PVV-lid Gidi Markuszower. Op 24 november 2021 zei Markuszower in de Kamer:

‘Het is walgelijk dat Nederlanders in eigen land door de eigen overheid worden vertrapt, maar dat gelukszoekers uit Afrika en achterlijke Midden-Oosterse zandbaklanden door diezelfde overheid worden vertroeteld. Het huidige Nederlandse immigratiebeleid is eigenlijk één grote misdaad tegen het Nederlandse volk. En zij, jullie dus ook hier allemaal, die dit zelfhatende beleid niet stoppen, jullie zouden allemaal voor een tribunaal gedaagd moet worden en verantwoording moeten afleggen voor jullie misdadige opengrenzenbeleid, want jullie maken Nederland helemaal kapot.’

Bij het schrijven van dit stukje is nog niet duidelijk of Markuszower een van de vicepremiers wordt – de eerste vervanger van premier Dick Schoof. Hij wordt ook genoemd als minister van Asiel en Migratie. Iedereen kan zelf bedenken wat voor effect dit kan hebben op de polarisatie in Nederland.

< >