WoordHoek

Ewoud Sanders (2024)

Gepubliceerd op 26-06-2024

Pesten

betekenis & definitie

Nooit bij stilgestaan, maar het werkwoord pesten gaat terug op een infectieziekte.

Ik kreeg een leuke vraag van een jonge lezer, namelijk: heeft het woord pesten iets met de infectieziekte de pest te maken? Aanleiding voor die vraag was een nieuwe trend bij online pesten, namelijk het verspreiden van zogenoemde vernedervideo’s of vernederfilmpjes. Daarin wordt iemand ertoe gedwongen om, terwijl hij of zij wordt gefilmd, iets vernederends te doen. Een wc-bril likken bijvoorbeeld.

Te walgelijk voor woorden die trend, maar goed, terug naar de vraag. Ik had er nooit bij stilgestaan, maar het woord pesten blijkt inderdaad een rechtstreekse relatie te hebben met die infectieziekte. Van de veertiende tot de negentiende eeuw kwam de pest in Europa veelvuldig voor. Daarbij vielen enorm veel slachtoffers. Om een indruk te geven: tijdens de pestepidemie van 1347-1351 verloor een derde van alle Europeanen, destijds enkele tientallen miljoenen mensen, het leven. De pest werd wel de Zwarte Dood genoemd, omdat je er zwarte bulten van op je lichaam kreeg.

Als de pest voor iemand zijn
We kennen het werkwoord pesten sinds de zestiende eeuw. De oorspronkelijke gedachte was ‘als de pest voor iemand zijn, hem of haar ondraaglijk kwellen’. De vroegste vindplaats dateert van 1583 en gaat over soldaten. Die strijken soms in groepjes in dorpen neer, aldus een overheidsstuk, ‘ende pesten gemeenlijck de schamele ingesetenen’.

Volgens het wetenschappelijke Woordenboek der Nederlandsche Taal behoorde het woord pesten aan het begin van de twintigste eeuw nog tot de ‘platte volkstaal’. Inmiddels behoort het tot de standaardtaal.

Pesterig
Een afleiding van het werkwoord pesten is het bijvoeglijk naamwoord pesterig. Dat kwam pas in het laatste kwart van de negentiende eeuw in omloop. Een vroeg voorbeeld, uit een krant van 1885: ‘Zoo voorkomend en beleefd als zoo’n individu is tegen over personen die hij zijne vrienden noemt, evenzoo pesterig en ongemanierd is hij tegen over zijne ondergeschikten.’ Het gaat hier over een pesterige baas.

Overigens had pesterig aanvankelijk nog een andere betekenis, die bij mijn weten nooit door woordenboekenmakers is opgetekend, namelijk ‘heel vies’. Zo schreef een Drentse krant in 1896, over een bezoek aan de provincie Atjeh in toenmalig Nederlands-Indië: ‘In zoo’n Atjesche hut is het voor een Europeaan bijna niet uit te houden, zoo’n eigenaardige pesterige stank heerscht er binnen.’

Stinken als de pest
De verslaggever bedoelde dus dat het in die hut stonk als de pest. En ja, ook die uitdrukking gaat natuurlijk terug op die vreselijke ziekte. Naast stinken als de pest zegt men inmiddels ook zo gierig als de pest, zo brutaal als de pest, en zo verder. De betekenis is vanzelfsprekend ‘heel erg; zeer erg; in hoge mate’. Dus eigenlijk: zo erg als die vreselijke ziekte, die je ook terugvindt in een uitdrukking als ergens de pest in hebben.

Grappig, ik ken het woord pesten al m’n hele leven, maar had nooit een verband gelegd met een ziekte die mensen ooit zoveel angst inboezemende. Zo zie je maar waar taalvragen toe kunnen leiden. Vooral blijven sturen dus!

< >