WoordHoek

Ewoud Sanders (2024)

Gepubliceerd op 17-03-2023

Loop een beer in de aars

betekenis & definitie

Arafat zei deze week dat Barak naar de hel kan lopen, en dat is natuurlijk niet zo slim, want ze moeten straks toch weer samen om de tafel. Het is ook niet handig, want hoewel we allemaal weleens vloeken, schelden of verwensen, vinden we dat van regeringsleiders niet sympathiek, zeker niet voor de camera. Het laat zien dat iemand zijn emoties niet kan beheersen, en bij mensen met macht is dat extra vervelend. Agressief taalgebruik werkt dan als een boemerang: je raakt niet de ander maar jezelf.

Arafat koos wel voor een internationaal thema, want de helverwensing komt in de meeste talen voor. Ook bij ons wordt hij nog volop gebruikt, zonder veel indruk te maken. Vroeger lag dat anders: toen was het een zeer ernstige verwensing, net als ‘loop naar de duivel’. Dat kon je maar beter niet tegen een hooggeplaatste roepen. Je verdween dan of in het gevang of je werd geëxcommuniceerd.

Verwensen met ziektes
Kenmerkend voor het Nederlands is dat we veel met ziektes verwensen. Wij roepen het liefst KRIJG DE... en daar komt dan een of andere vreselijke ziekte achteraan. Er zijn in het Nederlands zo’n tweehonderd ziekteverwensingen bekend, de een nog grover dan de ander. Maar we hebben ook heel wat loopverwensingen, minstens een stuk of zestig. Ik heb me daar ooit samen met de Leidse lexicograaf Rob Tempelaars in verdiept en we kwamen tot de conclusie dat er in het Nederlands grofweg drie groepen loopverwensingen bestaan.

In de eerste plaats zijn er verwensingen die naar een plaats verwijzen. Dat kan een fictieve of onbereikbare plaats zijn – nou ja, alleen bereikbaar voor astronauten of strenggelovigen, zoals in ‘loop naar de maan’ en ‘loop naar de hel’. Men verwenst elkaar ook naar bestaande plaatsen, zoals in ‘loop naar Sebaldeburen’, ‘naar het Haagse Bos’, ‘de Mookerhei’ of ‘paviljoen 3’. Soms zijn de plaatsen trouwens moeilijk herkenbaar, zoals in ‘loop naar de kanaries’ (de Canarische Eilanden) of ‘loop naar de barbiesjes’ (dat is Berbice, een oude, onherbergzame kolonie van Nederland, tegenwoordig Guyana).

De Blauwe Eergisteren
Loopverwensingen kunnen ook naar een persoon verwijzen. Dat kunnen fictieve of onbereikbare personen zijn (de duivel, de Blauwe Eergisteren, God), of bestaande personen, zoals bevolkingsgroepen (de Filistijnen of de Fransen). Ook draven er nogal eens familieleden op, zoals in ‘loop naar je moe(der)’, ‘je grootmoeder’, ‘je grootje’ of ‘je tante’ (die laatste verwensing heeft waarschijnlijk geleid tot de vele dooddoeners met ‘je tante’, zoals ‘je tante op een houtvlot’, ‘je tante op een houtvlot in de woestijn’, ‘je tante op een houtvlot zonder roeiriemen’ en ‘je tante op sterk water’).

Bij uitzondering wordt er verwezen naar een historische figuur, zoals in de verwensing ‘loop met je pis naar Bijsterveld’. Met behulp van urineonderzoek diagnosticeerde Pieter van Bijsterveld (1870-1950), ‘piskijker’ te Vlaardingen, moeilijk bepaalbare kwalen. Hij werd er rijk en beroemd mee en zijn dankbare patiënten plaatsten een standbeeld op zijn graf.

Loop onder lijn 11
Tot slot zijn er nog loopverwensingen waarmee iemand uitdrukkelijk ziekte, dood, pech, ongevallen, rampspoed of verdoemenis wordt toegewenst. Te denken valt aan ‘loop naar de galg’, ‘loop in de bonen’, ‘loop naar de haaien’, ‘loop naar de knoppen’, ‘loop onder de tram’, ‘loop onder lijn 11’ en ‘loop naar de verdommenis’.

Denk niet dat dit een recent verschijnsel is. De oudste zijn in de 16de eeuw opgetekend, en in de 17de eeuw zei men in onze streken onder meer ‘loop een beer in de aars’. Vast patroon is ook dat bestaande verwensingen worden uitgebreid en versterkt. Bij de loopverwensingen is dat opvallend vaak gebeurd met ‘loop naar je moer’. Zo kennen we nu ‘loop naar je moer, vragen wie je vader is’, ‘naar je ouwe moer’, ‘naar je vuile moer’, ‘naar je kankermoer’ en ‘naar je ouwe teringmoer’.

Bij alle onrust in het Midden-Oosten is het maar goed dat Arafat zich niet heeft laten inspireren door het Nederlandse verwensingenrepertoire.

Alles kits, kindje in de kolenbak
P.S. In aansluiting op WoordHoek van vorige week: er blijken toch meer uitbreidingen van ‘alles kits’ te bestaan dan gedacht. Zo zeggen ze in Groningen en Friesland ‘alles kits en de bok vet’, en in Rotterdam is ‘alles kits, kindje in de kolenbak’ gesignaleerd. In Amsterdam zeggen ze, als rijmende wedervraag op ‘alles kits achter de rits?’: ‘Alles pluis in het kruis?’

(NRC, 26-10-2000)