WoordHoek

Ewoud Sanders (2024)

Gepubliceerd op 18-06-2024

Hospita

betekenis & definitie

Wellicht komt er een opleving van het woord hospita. Dit naar aanleiding van een voorstel van Hugo de Jonge, de demissionaire minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Volgens zijn ministerie heeft ongeveer een derde van de Nederlanders meer dan twaalf vierkante meter over in zijn of haar huis. Acht procent van de Nederlanders zou overwegen om die ruimte te verhuren.

Een vrouw die dat zou gaan doen heet een hospita. Een kamerverhurende man heet een hospes, maar dat woord is minder gangbaar, want van oudsher waren het vooral vrouwen die een kamer verhuurden. Daarom heeft Hugo de Jonge het nu over hospitaverhuur. Enkele nieuwskoppen van de afgelopen dagen: ‘De Jonge omarmt hospita’s voor meer woonruimte’, ‘Wetswijziging De Jonge moet hospitaverhuur nieuw leven inblazen’ en ‘Wetswijziging hospitaverhuur in voorbereiding’.

Een kotmadam
Hospita komt uit het Latijn. Ook in die taal betekent het ‘kostvrouw’, een verouderd woord voor een vrouw bij wie iemand inwoont of in de kost is. In het Nederlands kennen we het woord hospita sinds het midden van de zeventiende eeuw. In België wordt een hospita ook wel een kotmadam genoemd. De kamerhuurder werd vroeger een kostganger of commensaal genoemd.

In de negentiende eeuw was het vooral onder studenten gebruikelijk om bij een hospita op kamers te gaan. Je komt dit woord dan ook vaak tegen in het werk van schrijvers die als student debuteerden. Denk aan auteurs als Klikspaan, Nicolaas Beets en Gerrit van de Linde, beter bekend als De Schoolmeester. Onder het pseudoniem Hildebrand schreef Nicolaas Beets in 1839 in de Camera Obscura: ‘De hospita was gelukkig eene zeer handige, bedaarde, knappe, dóórtastende en tegelijk hartelijke vrouw.’ Veel hospita’s beperkten zich niet tot het verhuren van een kamer. Zij hielden de boel schoon, deden de was en soms kookten ze ook voor hun kostganger.

Moord op een hospita
De beroemde dichter Gerrit Achterberg (1905-1962) was begin dertig toen hij een kamer huurde in de Boomstraat in Utrecht, bij een vrouw genaamd Roel van Es. Hij kreeg een verhouding met haar – een gegeven dat je vaak tegenkomt in verhalen over hospita’s. Tegelijkertijd was Achterberg verliefd op Bep, Roels zestienjarige dochter. In 1937 liep een en ander uit de hand. Achterberg deed een poging om Bep te verkrachten – hij is later een psychopaat genoemd. Moeder Roel kwam tussenbeide, in een vlaag van verstandsverbijstering schoot Achterberg haar dood, waarbij hij ook Bep verwondde. Later die dag gaf hij zichzelf aan. Achterberg verbleef daarna zes jaar lang in een ‘Rijksasyl voor Psychopathen’.

Hospita sterft uit
Vanaf de jaren zestig zie je de frequentie van het woord hospita sterk afnemen, onder meer in krantenadvertenties. ‘Straks weet niemand meer wat een hospita is’, kopte de Volkskrant in 2001 boven een interview met een woordvoerder van de Woonbond Nederland. Hij zegt:

‘Vroeger was het eerder regel dan uitzondering: studenten woonden op kamers bij een hospita. De stereotiepe oude vrouw was in het ergste geval een heks die de post las. In het beste geval was zij een dame die met haar huurder converseerde over de wereldliteratuur onder het genot van een kopje thee. Waar zijn ze gebleven? In hoog tempo sterft de hospita uit.’

Dat stuk maakt ook duidelijk waarom het woord hospes nooit echt opgang heeft gemaakt. ‘Wat we vaak horen, is dat een hospes, een mannelijke hospita, zomaar de kamer van een huurder of huurster binnenstapt. Hij dringt zich op zonder enig gevoel van gene.’

Klein terzijde: dat artikel is geschreven door Paulien Cornelisse. In 2009 zou zij naam maken met een van de bestverkochte taalboeken aller tijden, Taal is zeg maar echt mijn ding. Bij mijn weten is dit het enige taalboek dat ooit is verfilmd (in 2018).

Onzekere herstart
Om kamerverhuur aantrekkelijker te maken nam de overheid in 2001 verschillende maatregelen. Zo hadden kamerhuurders geen zogenoemde huurbescherming. Een hospita kon een huurder binnen negen maanden op straat zetten, zonder opgaaf van reden.

Later werd dit allemaal weer aangescherpt. In feite is Hugo de Jonge dus bezig met een nieuwe ronde. En dat vlak voordat er een nieuwe regering komt. Pas als ook die nieuwe regering deze plannen omarmt, maakt het woord hospita werkelijk kans op een herstart.

< >