WoordHoek

Ewoud Sanders (2024)

Gepubliceerd op 02-08-2023

Hondenweer

betekenis & definitie

Waar komt het woord hondenweer vandaan? Daar blijkt nieuws over te melden, ontdekte Ewoud Sanders.

Goed, laten we niet overdrijven. Ja, het regent veel. En het waait. En inderdaad, het begint echt op een mislukte Nederlandse zomer te lijken. Maar is het echt hondenweer?* Kennelijk zijn veel ENSIE-gebruikers die mening toegedaan, want gister was het woord hondenweer er trending.

Omdat er nog geen definitie voorhanden was, werd die aangemaakt door ChatGTP. ‘Hondenweer’, zo begon deze veelbesproken AI-machine, ‘is een informele uitdrukking die wordt gebruikt om te verwijzen naar extreem slecht en onaangenaam weer.’ Het wordt vaak gebruikt, zo luidt het vervolg, om te beschrijven dat het buiten erg koud, nat en guur is, vaak gepaard gaande met hevige regen, harde wind, koude temperaturen of een combinatie van deze elementen.

So far, so good. ChatGTP schrijft ook iets over de herkomst van dit woord. ‘De oorsprong van de term is niet helemaal duidelijk, maar verondersteld wordt dat de term is ontstaan vanwege de associatie met honden die niet van dit soort weersomstandigheden houden.’

Iets ouder dan gedacht
Daar valt volgens mij iets op af te dingen. Maar laten we beginnen bij het begin. Hoe oud is het woord hondenweer? Iets ouder dan tot nu toe is aangenomen. Dat wil zeggen: de vroegste vindplaats in het wetenschappelijke Woordenboek der Nederlandsche Taal dateert van 1857. Maar al in 1848 schreef de dichter Petrus Augustus de Génestet (1829-1861) in een brief aan een vriend: ‘Eergisteren definitief hondenweêr geweest, niet geschikt om een fatsoenlijken brief te schrijven.’

Zulk rotweer dat je zelfs geen brief kunt schrijven – het is een wonderlijk excuus. De meeste mensen blijven binnen bij rotweer. Waardoor je dus extra tijd zou hebben voor een brief.

Geleend uit het Duits
Ook in kranten duikt het woord hondenweer vanaf het midden van de negentiende eeuw op. Zo komen we het in 1852 tegen in de vertaling van een Duits feuilleton in de Nieuwe Rotterdamsche Courant. In de zin: ‘Hij hield eene korte maar krachtige alleenspraak over het oude honden wêer, zoo als hij het noemde.’

Om twee redenen is dit een interessant citaat. ‘Zoo als hij het noemde’ suggereert dat de aanduiding ‘honden wêer’ toen in het Nederlands nog niet heel gangbaar was. En inderdaad, het brak pas langzaam door in de tweede helft van de negentiende eeuw. Tweede reden waarom dit een interessant citaat is: het gaat om een vertaling van een Duitse tekst, van Friedrich Wilhelm Hackländer (1816-1877). De Duitsers kennen Hundewetter al sinds het midden van de achttiende eeuw. Het is dus zeer waarschijnlijk dat wij dit woord simpelweg uit het Duits hebben geleend.

Zelfs te slecht voor honden
Hiermee is de herkomst van het woord hondenweer opgelost. Maar waarom noemden de Duitsers slecht en onstuimig weer Hundewetter? Komt dat inderdaad omdat honden niet van dit soort weersomstandigheden houden? Een Duits naslagwerk geeft als verklaring: ‘Zulk slecht weer dat je nog geen hond naar buiten zou jagen, weer dat bijna geen enkele hond kan verdragen.’

De herkomstverklaring is dus minder onzeker dan ChatGTP heeft kunnen achterhalen. Het gaat om weer dat zelfs voor honden, die lang geen prettig leven hadden, niet te verdragen is. Daarmee is hondenweer te vergelijken met hondenleven en hondenbestaan. Beide worden gebruikt voor ‘ellendig, moeilijk, verdrietig leven’.

* Het antwoord luidt ja. Zeker als je, net als ik na het schrijven van dit stukje, even een wandeling gaat maken omdat de zon is gaan schijnen. Maar halverwege de wandeling keiharde regen, dus zeiknat terug.