WoordHoek

Ewoud Sanders (2024)

Gepubliceerd op 31-05-2023

Het n-woord

betekenis & definitie

Het n-woord heeft een onthutsende geschiedenis.

Vandaag is van mijn hand een boek verschenen getiteld Het n-woord. De geschiedenis van een beladen begrip. Kort samengevat vertel ik daarin sinds wanneer we het inmiddels zeer beladen woord 'neger' kennen en welke samenstellingen en uitdrukkingen ermee zijn gevormd. Maar bovenal laat ik zien welke racistische vooroordelen en waanideeën er in de loop van de tijd aan zijn opgehangen.

Dat doe ik aan de hand van verschillende bronnen. De nadruk ligt op woordenboeken en encyclopedieën – vanaf de zeventiende eeuw tot nu. Ik heb daarvoor gekozen omdat dergelijke bronnen vaak als min of meer neutraal worden beschouwd. In de praktijk blijkt dat zeker niet altijd het geval te zijn. Niet in de keuze van de trefwoorden en niet in de definities.

Daarnaast heb ik gekeken naar hoe allerlei samenstellingen met het n-woord in de praktijk zijn gebruikt, voornamelijk in kranten.

Alles bij elkaar is het een onthutsende geschiedenis geworden. Zo stelde een naslagwerk uit het eind van de achttiende eeuw dat ‘negers’ beestachtig, ongodsdienstig, onredelijk, ontrouw, schaamteloos, woest en wreed zijn. Stamden zij, ‘gelijk wij’, wel af van de eerste mens? Halverwege de negentiende eeuw meldde een veelgebruikt naslagwerk dat zij niet kunnen niezen. Tot 1950 stond in de Dikke Van Dale dat zwarte mensen een ‘hoge, smalle schedel’ hebben.

Blinde vlekken
Een vraag die me nu geregeld wordt gesteld, is: je bent een witte man, dus waarom heb jij dit boek geschreven? Ik heb dat gedaan omdat ik het een belangrijk onderwerp vind. En omdat ik ruim dertig jaar ervaring heb met onderzoek naar de geschiedenis van woorden en uitdrukkingen. Hoe het voelt om gediscrimineerd te worden op basis van je huidskleur en wat daar de consequenties van kunnen zijn, weet ik niet uit eigen ervaring. Maar dat is niet het onderwerp van deze publicatie, waarin ik vooral wilde laten zien hoe racisme zich in de loop van de tijd heeft genesteld in woorden en uitdrukkingen.

Omdat je natuurlijk altijd alert moet blijven op blinde vlekken, heb ik het manuscript laten meelezen door verschillende mensen van verschillende etniciteiten en leeftijden, in Nederland en Suriname. Een van de meelezers, Kathleen Ferrier, schreef het voorwoord.

Schokkend
Een andere vraag die me de afgelopen dagen vaak is gesteld, luidt: wat schokte je het meest? Een typisch journalistieke vraag, die ik moeilijk vind om te beantwoorden.

Soms zat het in korte, terloopse zinnetjes. Zo meldde een krant in 1677 dat Nederlandse schepen bij het eiland Tobago slaags waren geraakt met de Fransen. Twee Nederlandse schepen gingen brandend ten onder. Alle ‘buit’ ging verloren, meldde dit dagblad, ‘als oock 12 a 1500 Negers’. Ze zijn verdronken of levend verbrand.

Ik wist dat er, onder meer in Suriname, veel zendelingen actief zijn geweest, maar had niet helder voor ogen wat hun doel was. A.J. van der Aa (1792-1857) verwoordde dat in 1847 bijna schaamteloos helder in zijn Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden: de Hernhutters kwamen naar Suriname om ‘deze ruwe Heidenen te onderwijzen, zonder bij hen een overmatige drift tot vrijheid op te wekken’. Integendeel, doel was ‘hunne kweekelingen tot goede bruikbare menschen […] voor hun meesters te maken’. Dus: mensen tot het christendom bekeren om ze tot betere ‘slaven’ te maken.

Om slaafgemaakten in de Britse koloniën niet op verkeerde ideeën te brengen, maakten Britse zendelingen vanaf 1807 zelfs gebruik van een zogenoemde ‘Slavenbijbel’. Dit was een sterk ingekorte bijbel. Verhalen over slavenopstanden waren eruit gehaald. Bijvoorbeeld over de bevrijding van de Israëlieten uit de Egyptische slavernij.

'De familie van Negerensteyn'
Het was mij bekend dat er zwarte mensen waren tentoongesteld in onder meer Nederland en Vlaanderen, maar ik had niet paraat dat er in 1928 nog zo’n honderd Senegalezen waren geëxposeerd op een Nijverheidstentoonstelling (Nenijto genaamd) in Rotterdam. Mannen, vrouwen en kinderen, bij elkaar gebracht in een ‘negerdorp’ in Blijdorp, toen nog een polder. Zeker drie landelijke kranten plaatsten een foto van een zwart gezin voor een ‘negerhut’. Het bijschrift luidde: ‘In de binnenlanden van Afrika kan het niet inheemscher toegaan dan bij de familie van Negerensteyn, adres Negerdorp, Nenijto.’ Die toon, die wij nu smalend en neerbuigend vinden, kom je heel vaak tegen.

'Neger' = 'slaaf'
Toen de eerste protesten tegen het n-woord klonken, zeiden veel witte mensen: voor mij is een het een neutraal woord, ik bedoel er niks kwaads mee. Zo dacht ik er zo’n twintig jaar ook zelf over. Maar het n-woord en slavernij blijken veel hechter met elkaar verbonden dan ik wist. Pieter Weiland (1754-1842), de voornaamste lexicograaf uit het begin van de negentiende eeuw, laat daar geen misverstand over bestaan. In 1825 schreef hij in zijn
Woordenboek der Nederduitsche synonimen dat ‘Moor’, ‘moriaan’ en ‘neger’ alle drie worden gebruikt voor ‘een mensch van eene zwarte kleur’. Maar met het woord ‘neger’, zo vervolgde deze Rotterdamse predikant en taalkundige, ‘doelt men hoofdzakelijk op de slavernij, tot welke zij, alsnog, in de volksplantingen gedoemd zijn’.

Het is natuurlijk ondoenlijk om een boek van 192 bladzijden samen te vatten in een paar honderd woorden. De feiten rond het n-woord genuanceerd op een rij zetten was m’n voornaamste doel. In de hoop dat ze bijdragen aan meer begrip. En aan minder polarisatie.