WoordHoek

Ewoud Sanders (2024)

Gepubliceerd op 01-05-2024

Gonorroe

betekenis & definitie

Over het woord gonorroe valt iets nieuws te melden.

De meeste mensen gaan dit stukje niet lezen. Dat komt doordat het over een geslachtsziekte gaat. Waarom zou je daar zomaar over gaan lezen? Welnu, aanleiding was een bericht dat het aantal mensen dat besmet raakt met gonorroe explosief blijft toenemen. In 2023 steeg het aantal besmettingen volgens een onderzoek van het RIVM met 31 procent. In totaal werden er in 2023 13.853 besmettingen geconstateerd.

Volgens het RIVM is de stijging vooral bij vrouwen groot: het aantal besmettingen nam toe met 78 procent. Bij heteroseksuele mannen was er een toename van 51 procent. Over het algemeen wordt de ziekte het meest vastgesteld bij mannen die seks hebben met mannen.

Tot zover het medische onderzoek, vanaf hier meer over het woord gonorroe. Voor degenen die toch zijn blijven lezen: daarover valt iets nieuws te melden.

Zaadlozing
De Dikke Van Dale kent slechts drie woorden die met gono- beginnen: gonorroe, de spellingvariant gonorroea en gonokokken. Dat zijn de nare bacteriën die gonorroe veroorzaken. We zijn gewend om de lettercombinatie roe zo uit te spreken dat die rijmt op moe, maar bij gonorroe zeg je reu. Een vreemde eend in de bijt dus, dit moeilijk aandoende woord. Het gaat hier om een internationale medische term die via het Latijn teruggaat op het Griekse woord gonórrhoia, dat ‘zaadlozing’ betekent.

Gonorroe – en hier gaan ook sommige doorzetters stoppen met lezen – leidt tot afscheiding van etter uit de pisbuis. In het verleden dacht men dat het ging om een onwillekeurige lozing van sperma, vandaar de betekenis ‘zaadlozing’. Dit maakt gonorroe tot een woord dat laat zien hoezeer de medische wetenschap is bepaald door mannen. Ja, mannen krijgen vaker gonorroe dan vrouwen, maar zonder twijfel komt deze geslachtsziekte ook van oudsher bij vrouwen voor. Die geen zaadlozingen hebben.

Ook druiper, de gangbaarste volksnaam voor gonorroe, lijkt vooral naar mannen te verwijzen. Ik laat de verbeelding hiervan verder over aan de lezer.

Druiper
Het woord druiper kennen we al sinds de tweede helft van de zestiende eeuw. ‘Dese salve kan genesen pocken, druypers en andere qualen’, meldt een bron uit 1596. Lees: deze zalf kan pokken, druipers en andere kwalen genezen. In de praktijk was dit overigens niet zo: de eerste efficiënte behandeling van gonorroe dateert uit het eind van de negentiende eeuw. In oude kranten en tijdschriften regent het echter advertenties voor wondermiddelen tegen alle mogelijke kwalen. Zeker ook tegen geslachtsziekten, want die kwamen relatief vaak voor.

Nieuws
Nu het nieuws. Het is klein, maar toch. De Dikke Van Dale geeft als datering van het woord gonorroe de periode 1901-1925. Dit moet een vergissing zijn. Volgens onze etymologische naslagwerken is dit woord in 1658 voor het eerst opgetekend, in een woordenboek met vertalingen van leenwoorden, in de vorm genorrhaea. Tot nu toe nam men aan dat het hier om een ‘kunstwoord’ ging, een woord dat in de praktijk niet werd gebruikt. Het zou pas aan het eind van de achttiende eeuw gangbaar zijn geworden. De vroegste vindplaats dateert nu van 1769. Iemand schreef toen: ‘Gonorrhoea beduid eene ziekte, welke is bestempelt met de naam van kwaadaardige zaadloop.’

Welnu, het blijkt toch ouder. In 1597 verscheen van de bekende Rotterdamse humanist Desiderius Erasmus (1466-1536) het boek Lingua, dat is de tonge. Daarin gaat het onder meer over de ‘sieckte [die] vanden Medecijns ghenoemt wort Gonorrhea’. In 1688 schreef de Nederlandse arts Steven Blankaart (1650-1704) een verhandeling getiteld Venus belegert en ontset, oft Verhandelinge van de pokken, druipers, chankers, klap-ooren en des selfs toevallen. Daarin schrijft hij: ‘Laat ons dan een begin maken van de genesinge van een Virulente Gonorrhœa, dewijl het een van de gemeenste toevallen in de Venus smet is.’ Venus-smet of Venusziekte was toen de meest gangbare naam voor geslachtsziekte. Volgens Blankaart, die hier de Latijnse, medische term gebruikt, kwam gonorroe dus het vaakst voor.

Zelfs in de Bijbel
In de Franstalige krant Gazette de Rotterdam verscheen in 1699 een advertentie van een arts uit Parijs die stelde dat hij veel succes had met het genezen van ‘maladies secrêtes’ (geheime ziektes) zoals gonorrhées. Vanaf 1751 vind je in Nederlandse kranten heel vaak advertenties met middelen tegen genorrhæa. Zo verkocht een boekhandelaar te Amsterdam pillen die gonorroe ‘op de zekerste, waardigste en gemakkelijkste wijze’ zouden genezen. En dat binnen drie tot hooguit tien dagen, zelfs als iemand er al een tijd mee rondliep. En dit ‘zonder eenig nablyvend Ongemak’.

De meest onverwachte vindplaats: de Statenvertaling van 1637. Het vijftiende hoofdstuk van Leviticus is daar getiteld ‘Wetten rakende de zaet-vloeyende mannen.’ In een voetnoot is toegevoegd wat de oorzaak van ‘zaadvloeiing’ is: ‘Te weten door swackheyt, ende natuerlicke sieckte, die de medicinen Gonorrhoeam noemen.’

Uit dit alles kun je concluderen dat het woord gonorroe – in diverse spellingvarianten – al langer in het Nederlands rondwaart dan tot nu bekend was. Kortom: ook in dit land kampen we al heel lang met deze geslachtsziekte. Mannen en vrouwen.