WoordHoek

Ewoud Sanders (2024)

Gepubliceerd op 21-05-2024

Extreem-slinks

betekenis & definitie

De PVV extreemrechts noemen ging Kamervoorzitter Martin Bosma zes stappen te ver. In feite legde hij zelf een relatie met het nationaalsocialisme.

Het was een bijzonder moment vorige week in de Tweede Kamer. In een debat over de Europese Unie zei Volt-leider Laurens Dassen, verwijzend naar de PVV: ‘Maar er is ook nog een andere dreiging en dat is de opkomst van extreem- en radicaal-rechts.’

Dassen werd onderbroken door Tweede Kamervoorzitter Martin Bosma, zoals bekend een PVV’er. ‘De heer Dassen stelt hier nu dat de PVV een extreemrechtse partij is. Dat is een vergelijking met het nationaalsocialisme en dat gaat mij zes stappen te ver. […] Extreemrechts is een nazi-vergelijking.’

Bij enkele Kamerleden leidde dit tot verontwaardiging. Zo vond Jesse Klaver (PvdA-GroenLinks) dat Bosma over de schreef ging. ‘De wijze waarop wij hier politieke partijen benoemen, mogen we echt zelf weten. Ik vind het buiten de orde en hoop dat het bij deze keer blijft.’ De CDA’er Derk Boswijk stelde dat extreemrechts niet per definitie een nazi-vergelijking is. Hij verwees naar het Front National en naar Alternative für Deutschland: ook die partijen worden extreemrechts genoemd.

Beladen
De beste reactie – wat mij betreft – kwam van ChristenUnie-Kamerlid Don Ceder. Hij vroeg of Bosma ook zou ingrijpen als iemand de term extreemlinks zou gebruiken. Maar volgens Bosma heeft dit woord, dat hij zelf in het verleden geregeld heeft gebruikt, ‘een andere connotatie’.

Alles bij elkaar was het, voor de kijkers thuis, een behoorlijk absurde situatie. Extreemrechts mag niet, want zou een nazi-associatie hebben, extreemlinks mag wel, want is in de ogen van Bosma minder beladen. Of hij in de toekomst zou ingrijpen bij het gebruik van het woord extreemrechts wist hij nog niet. ‘Ik heb verder geen sanctiemogelijkheden, of doe daartoe geen voorstellen. Het is aan u.’

Definities
Een en ander roept de vraag op wat er nu precies onder extreemrechts, radicaal-rechts, rechts conservatief en ultrarechts wordt verstaan. Hetzelfde geldt voor extreemlinks, radicaal-links, enzovoorts.

Ik zou u nu kunnen vervelen met een hele reeks definities. Want ja, sommige politicologen, historici en overheidsinstellingen maken inderdaad een onderscheid tussen onder meer extreemrechts en radicaal-rechts. Op de nieuwssite NU.nl expliciteert een hoogleraar Theologie en Filosofie van Radicalisering, verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, dat extreemrechts en radicaal-rechts vooral ‘technische termen’ zijn. Aanhangers van radicaal-rechts zouden onder meer voorstanders zijn van centraal gezag, duidelijke regels en harde straffen. Zij zijn nationalistisch, vrezen vreemdelingen en zijn bedreven in populisme. Zo maken zij graag onderscheid tussen de gewone hardwerkende burger en de ‘elite’. Extreemrechts gaat volgens deze hoogleraar een paar stappen verder. Zij zouden racistisch zijn, niet terugdeinzen voor het inperken van grondrechten en het gebruik van geweld.

Uitermate sterk
Een dergelijke onderscheiding kan nuttig zijn – bijvoorbeeld voor beleidsstukken en academische verhandelingen. Maar verreweg de meeste mensen voelen helemaal geen verschil tussen radicaal-rechts en extreemrechts. Noch tussen radicaal-links en extreemlinks. Zij zullen – net als ik – radicaal en extreem ervaren als synoniemen, met als betekenissen o.a. ‘heel erg’, ‘ingrijpend’, ‘vergaand’, ‘uiterst’ en ‘uitermate sterk’.

Je zag dit ook terug in de woorden van Dassen. Hij zei immers: ‘Maar er is ook nog een andere dreiging en dat is de opkomst van extreem- en radicaal-rechts.’

Kortom: hij maakte geen duidelijk onderscheid tussen extreemrechts en radicaal-rechts, veegde ze op één hoop. Alleen dat maakte de ingreep van Bosma wat mij betreft al zo ongepast. In feite voegde de Kamervoorzitter zelf de associatie met het nazisme aan het debat toe. Mocht hij dit met opzet hebben gedaan, om bepaalde Kamerleden te framen, dan is dat extreem-slinks.