Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

Gepubliceerd op 04-03-2024

zomerzotheid

betekenis & definitie

(1927) (cliché) verliefdheid, dwaasheid. Het woord werd gemunt door de destijds populaire Nederlandse schrijfster (van meisjesboeken) Cissy van Marxveld (1889-1948). Ze is vooral bekend van haar serie Joop ter Heul -romans. Daarin kwamen allerlei woorden en uitdrukkingen voor die populair waren bij de jeugd: fuiven, fuifnummer, jolig, lam enz. Het boek 'Een zomerzotheid ' verscheen in 1927. In 1936 werd het verfilmd. Later werden er ook nog theatervoorstellingen van gemaakt.

• Te spreken van een zomerzotheid past niet bij dezen erentfesten student, maar toch... (Uit de brieven van Charles M. van Deventer aan Frederik van Eeden. In: De Gids. Jaargang 105. 1941)
• Dat is de tijd wanneer honderden onverklaarbare branden losbarsten, dat mensen zich van hoge gebouwen werpen en dat vrouwen door dynamische zomerzotheid gedreven, naakt op straat lopen. (Marnix Gijsen: Er gebeurt nooit iets. In: De Gids. Jaargang 117. 1954)
• Ze klonk als een zomerzotheiderige verpleegster, zo'n ideale die haar eigen lichaam onverschrokken voor de op je aanstormende bacillen zou werpen. (Rinus Ferdinandusse: Naakt over de schutting. 1967)
• Omdat het de bedoeling is met de tentoonstelling een 'zomerzotheid’ te presenteren, is niet gekozen voor een wetenschappelijke benadering van het thema humor en satire in de geneeskunde. (Algemeen Dagblad, 03/07/1980)
• Als in de kersentijd een medemens zijn collega's, kameraden, buren en familieleden begint te teisteren met de vraag, alle afgekloven kersepitjes voor hem te bewaren, denk dan niet dadelijk aan een verlate aprilgrap of aan een acute aanval van zomerzotheid. (Het Belang van Limburg, 07/07/1995)
• Maar nu is er Madeleine in 'Les Combattants'. De Franse zwarte komedie vol landerige zomerzotheid heeft een heel eigen taal. (Trouw, 25/06/2015)
• Een zweem van nostalgie uit lang vervlogen tijden... verpakt in een herinnering die me hier en nu ontmoet. Sfeermuziek die de avondzon begeleidt, geroezemoes, plots onderbroken door een heldere, luide lach. Hilariteit van dames in weelderige, kleurrijke zomerjurken, vullen proestend in crescendo aan … zomerzotheid. (Het Belang van Limburg, 16/07/2019)
• Ze komen zondag van overal, de Feyenoorders. Ze voetballen met zichtbaar plezier, met een glimlach, alsof ze zomerzotheid in het hoofd voelen. (De Volkskrant, 16/08/2021)
• Op zaterdag bijvoorbeeld valt er net wat te weinig te ontdekken en wordt in danstent Floor maar weer een singletje van Spargo opgezet. Dan lijkt het festival een beetje vast te lopen in zalige zomerzotheid. (De Volkskrant, 12/06/2023)