(1907) (Vlaanderen, inf.) soort pap aangeboden bij kinderbegrafenissen.
• (Guido Gezelle: Loquela. 1907)
• zieltjespap (koekenpap, met zoetemelk bereid, dien men eet op de uitvaarten, vooral als het een kinderlijkje geldt. Te Gent en te leper. Loq. X. 96 en XIV. 80.) Vgl. Hd. Seelenbrot ; Spendebrot; Sterbe-, Toten- of Leichbrol. (Volkskunde; tijdschrift voor Nederlandsche folklore, 01/01/1914)
• Als avondteten eet men ‘zieltjeszopjes’ (of zieltjespap met wittebroodbrokken), nl. al de kanten van Hazebrouck. (Biekorf. Jaargang 28. 1922)
• Zieltjespap is Koekenpap, met zoetemelk bereid, die men bij kinderbegravingen ten besten geeft, of plag te geven (Loquela). (Biekorf. Jaargang 39. 1933)
• zieltjespap (koekenpap aangeboden bij kinderbegrafenissen) (H. Mullebrouck: Vlaamse volkstaal. 1984)