(1994) (epon., naar de Nederlandse minister van Financiën Gerrit Zalm) (Ned. pol.) begrotingsbeleid van het eerste paarse kabinet (van 22 augustus 1994 tot 3 augustus 1998) onder leiding van Wim Kok. Belastingmeevallers die het resultaat zijn van een te pessimistische economische prognose mogen niet leiden tot extra overheidsuitgaven. Andere Nederlandse staatsmannen die vereeuwigd werden in onze taal: Ruud Lubbers (belubberen, lubberiaans); Ella Vogelaar (Vogelaarwijk); Peter Balkenende (Balkenendenorm); Norbert Schmelzer (de nacht van Schmelzer); Eberhard van der Laan (Eberhardje); Piet Lieftinck (Piet Lieftinck betaalt wel); Folkert Posthuma (Posthumacake).
• Als de Zalmnorm - zoals deze nieuwe norm voor overheidsuitgaven al is gedoopt - wordt uitgevoerd, moet spectaculair in alle overheidsuitgaven worden gesnoeid. Zalm wil dat de komende vier jaar jaarlijks 0,7 procent wordt bezuinigd op alle overheidsuitgaven, ongeacht de economische groei. (Trouw, 21/09/1994)
• De hoog blijvende staatsschuld houdt in dat minister Zalm (WD) van financiën er niet in is geslaagd de staatsfinanciën helemaal op orde te krijgen. Sterker nog, hij zondigt tegen de spelregels die hij zelfheeft opgesteld: de 'Zalm-norm. Hij bepaalde bij het aantreden van het paarse kabinet dat alle collectieve uitgaven tot 1999 met een half procent per jaar moeten krimpen, juist om de enorme staatsschuld te doen dalen. (Het Parool, 19/09/1995)
• Niettemin wordt in VVD-kring verzekerd dat de lijsttrekker ook deze keer keihard zal onderhandelen. Een voor de VVD zeer zwaarwegend punt is de ‘Zalm-norm’, dat wil zeggen: de voortzetting van de begrotingsdiscipline van Paars I. (HP/De Tijd, 01/05/1998)
• De basis voor zijn succes is het naar hem vernoemde begrotingsbeleid dat als Zalmnorm een reputatie heeft opgebouwd. Zalm ontwikkelde een begrotingsbeleid dat uitgaat van een gematigde economische groei en de overheidsuitgaven en -inkomsten strikt van elkaar gescheiden houdt. Een meevaller aan de inkomstenkant wordt aangewend voor lastenverlichtingen zoals belastingverlagingen en voor terugdringing van het begrotingstekort. Bij een tegenvaller aan de inkomstenkant van de begroting geldt juist het omgekeerde: deels worden de lasten voor de burgers verhoogd en deels laat de regering het begrotingstekort wat oplopen. (De Tijd, 11/01/2000)
• Bovendien vertoonde het kabinet een grote stevigheid, al was het maar door het vermijden van allerlei conflicten als gevolg van de noodzaak van tussentijdse bezuinigingen. Doordat het overheidstekort inmiddels aanzienlijk gedaald was, kon de zogenoemde Zalmnorm worden gehanteerd. Gerrit Zalm (vvd), de minister van Financiën, had een nieuwe begrotingssystematiek ingevoerd die gebaseerd was op het op wat langere termijn vaststellen van vaste uitgavenplafonds. Meevallers mochten niet meteen worden uitgegeven aan nieuw beleid, tegenvallers zouden niet meteen tot bezuinigingen leiden. Dit gaf een enorme rust in overleg en beleid, wat zich vertaalde in het afnemen van die bijna permanente crisislucht die over vorige kabinetten hing. (Piet de Rooy, Henk te Velde: Met Kok. Over veranderend Nederland. 2005)
• Het is een vreemde samenloop van omstandigheden dat juist het derde kabinet van Zalms partijgenoot Mark Rutte de Zalmnorm aan het ondergraven is. (Trouw, 18/09/2019)
• Minister Hoekstra van Financiën schreef begin vorig jaar aan de Kamer dat hij wilde vasthouden aan de zalmnorm en daarom de meevallerformule afwees. (De Volkskrant, 03/10/2019)
• De staatschuld in de eurozone bedraagt gemiddeld bijna 100 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat betekent dat leden van de eurozone bij de huidige regels jaarlijks gemiddeld 2 procent van het bbp moeten bezuinigen. Dat is een onmogelijke opgave, zeker in oorlogstijd.Calviño en Kaag hopen de lidstaten op een andere manier aan te zetten tot begrotingsdiscipline. Zo pleiten ze voor een Europese Zalmnorm - vernoemd naar oud-minister van Financiën Gerrit Zalm (1994-2002) - die landen ertoe aanzet in goede tijden financiële buffers op te bouwen. (De Volkskrant, 05/04/2022)