Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

Gepubliceerd op 27-02-2023

worst

betekenis & definitie

1) (1618) (sch.) mannelijk lid. Het WNT citeert o.a. J.J. Starter (Daraide. 1618): “Hy (zekere vrijer) kan leven nae syn wil, het is een man die over al as een borst leeft, En 't is aen syn neus wel te sien dat hy een etcelente worst heeft.” Een populair scabreus kinderliedje uit de twintigste eeuw ging als volgt (op de marsmuziek van Bridge on the River Kwai): ‘Slager, mag ik je worst eens zien? Slager hij weegt een pond of tien!

• Hij kreunde, als me muis aan z'n lekkere worst begon te zuigen. (Louis Paul Boon: Mieke Maaike’s obscene jeugd. 1972)
• Marleentje schreeuwde even. Ik trouwens ook, want de worst leek me toch wat erg groot om als voedsel voor dit muizenmondje te dienen. (Louis Paul Boon: Mieke Maaike’s obscene jeugd. 1972)
• (Hans Heestermans: Erotisch Woordenboek. 1980)
• (Robert Henk Zuidinga: Eroticon: het ABC van de erotiek. 1990)
• Niet alleen werd ze steeds veeleisender in bed, maar ze durfde hem nu ook in het bijzijn van de anderen bij zijn ballen te grijpen. "Mee jij, ik wil worst!" (R. Fox: Pooier onder het bed. 2002)
• Vanaf hun heup, tot aan hun borst / de Twentse meisjes lusten worst / ze lusten worst van voren (2x). (studentenlied op website Jaarclub Quintus op 27/01/2003)
• De heilige drievuldigheid van voor-, hoofden naspel zal een man in werkelijkheid worst wezen (zolang zijn eigen worst maar aan zijn trekken komt): het enige dat hij van nature wil, is een vrouw à fond nemen en zijn zaad in haar loslaten. (Amelie O.: Zaad op mijn huid en andere besognes. 2004)
• En daar stond hij opeens weer, in vol ornaat te blinken. Groot, recht, hard en mooi. Onmogelijk te negeren, al deed Ellen flink haar best. ‘Lelijke, kleine, verschrompelde worst,’ herhaalde ze als een mantra in zichzelf, ‘lelijk, klein, zielig, miezerig.’ (Isabelle Dams: Geil. 2008)
• Hier, daar kun je dat zure zeentje van je mee bedekken voordat een of andere Russische boerentrien het ziet en je aan wil randen. Laten we eerlijk zijn, er zijn vast wel vrouwen die op van die hele kleine Duitse worstjes vallen. (René Lancee: Frontzwijnen. 2009)
• Allicht had hij een verantwoordelijke functie op de werkvloer, en hoopte zij op een snellere groei binnen het bedrijf als zij geregeld veinsde dat zij naar zijn worst verlangde. (Marnix Peeters: Natte dozen. 2013)
• Ja, met mijn penis geef ik je straf omdat je geil bent. Met dat worstje tussen mijn benen ben ik oppermachtig. (Stella Bergsma: Pussy album. 2016)
• Weet je Karim, ik heb erg veel respect voor dat meisje in Praag. Ze neemt voor 15 centimeter worst een heel varken in huis. (Co Pee: Afhaalchinees. 2016)
• Ook Laurens krijgt nu een stijve, zijn kleine worst komt rechtop vlak voor mijn gezicht, de glanzende eikel wijst naar boven. (Lize Spit: Het smelt. 2016)
• (Piet van Sterkenburg: Rot zelf lekker op. Over politiek incorrect en ander ongepast taalgebruik. 2019)

2) (1991) (jeugd, scheldw.) dik persoon. Zie ook: worst op pootjes.

• Worst, onaantrekkelijk dik figuur: moet je die opgestopte worst zien! (C.A.J. Hoppenbrouwers: Jongerentaal: de tipparade van de omgangstaal. 1991)