Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 03-11-2025

winterprik

betekenis & definitie

(1971) (weerk.) korte maar hevige opstoot van winterweer (met vorst of sneeuw), vaak in een periode dat iedereen hoopt dat de winter voorbij is. Zinspeling op speldenprik. De term werd populair gemaakt door de Vlaamse weerkundige Frank Deboosere (1958) maar werd wellicht niet door hem bedacht. Deboosere was werkzaam bij de VRT sinds 1987 en moest verplicht op pensioen in 2023. In 1997 werd hij bekroond met de Wablieft-prijs voor klare taal. Naast ‘winterprik’ introduceerde hij volgens sommigen ook de term ‘ochtendgrijs’ (maar dat blijkt fout te zijn) en de catchphrase ‘morgen ben ik er weer met meer weer.’ Zie ook nog: lenterig*. Andere weertermen in dit woordenboek: bomcycloon*; boogecho*; droogtegat*; Dunkelflaute*; Hellmangetal*; koude* druppel; kanaalrat*; natteboltemperatuur*; omegablokkade*; Spaanse* pluim; waterbom*.

• De geleerden hebben nu twee dingen ontdekt: als je een beetje bloed van zo'n winterslapend dier invriest en je spuit het in de zomer bij een ander exemplaar in, dan slaat ook dit aan het winterslapen. Ze hebben bovendien ontdekt dat dit ook bij anderssoortige dieren werkt. Ook bij mensen? Geef mij dan maar een winterprik, dan kan ik de hele zomer ziezelen en murmelen in het bos. (Nieuwsblad van het Noorden, 25/03/1971)
• De depressies trokken langs lerland en Schotland naar IJsland. De vorst drong tijdelijk door tot Oslo en bij Zuid-Zweden, waar wat sneeuw viel. Een vroege winterprik met sneeuw en meer dan nachtvorst zit er echter niet in. (Nederlands dagblad, 20/11/1976)
• Ondanks de winterprik in februari was het in Limburg een zachte winter terwijl voor Noord-Nederland de kwalificatie 'vrijwel normaal' van toepassing is. (Limburgsch dagblad, 01/03/1994)
• Maar betekenen de sneeuw- en vrieskou die worden aangekondigd nu ook dat de winter ongenadig zal toeslaan? De twijfels bij de weergoden van beide zenders zijn al iets minder unaniem. "Het valt niet met zekerheid te stellen," zeggen Sabine Hagedoren (VRT-weerdienst) en Luc Bouvin (VTM-weerdienst). De winterprik van maandag zal zeker tot donderdag of vrijdag duren. (De Morgen, 17/01/1998)
• De depressie trekt verder richting Rusland en zorgt voor een koudere en wisselvallige noordwestelijke stroming over ons land. De kans op een winterprik wordt dan ook vrij groot in het weekend. (De Standaard, 04/02/1999)
• Zaterdag komt er een einde aan de winterprik. Het wordt gevoelig zachter met maxima tussen 3 en 9 graden. (Het Nieuwsblad, 27/01/2000)
• Omdat het koppel nu al negen maanden zonder verwarming of warm water zit, is de eerste winterprik wel heel hard aangekomen. (Het Laatste Nieuws, 14/12/2002)
• Het sneeuwtapijt van pakweg 30 centimeter in de regio rond New York, zal de vraag naar huisbrandolie hoger sturen. In onze contreien was een forse winterprik voorspeld voor maandag, maar die bleef uit. (De Tijd, 25/01/2005)
• Gevreesd wordt dat de Texaanse winterprik zich op termijn tot ver buiten de staat zal doen voelen. (De Standaard, 18/02/2021)
• Het Verenigd Koninkrijk werd vanmorgen wakker onder een sneeuwtapijt na een weekend vriestemperaturen. De stevige winterprik veroorzaakte een moeizame ochtendspits. (De Standaard, 12/12/2022)
• Volgens collega-weerman David Dehenauw, weerman bij VTM en hoofd van de dienst Weersvoorspellingen bij het KMI, merk je in de communicatie van Deboosere ‘aan alles’ dat hij ooit nog leerkracht is geweest. ‘Frank kan zeer goed vertellen en het brede publiek meenemen. Het was ook Frank die het begrip “ochtendgrijs” heeft geïntroduceerd. Dat woord heeft hij bedacht om de vertaalslag van de vaktermen uit de meteorologie te maken naar een woord waar iedereen zich meteen iets bij kan voorstellen.’ Naast ‘ochtendgrijs’ is nog een ander woord dat Deboosere invoerde tot in de Van Dale geraakt: de ‘winterprik’, voor een korte periode met plots winterweer. (De Standaard, 20/03/2023)

< >