(1858) (< Eng. epon. Naar Arthur Wellesley, eerste hertog van Wellington, 1769–1852, Britse generaal en staatsman) éénvoudige maar praktische buitenlaarzen, herkenbaar aan het ontbreken van veters, de makkelijk aan- en uittrekbare stijl en de hoogte (hoger dan traditionele werklaarzen), daardoor ideaal om de voeten droog te houden in natte of modderige omstandigheden. Britten noemen ze soms liefkozend 'wellies'. Deze laarzen werden in de 19e eeuw ontwikkeld door de Britse militaire leider Arthur Wellesley, Tijdens W.O. I waren ze standaard militair schoeisel geworden in de loopgraven.
• Men antwoordde mij, dat hij gewoonlijk eene politiemuts, een blaauw lakenschen kapot, lichtkleurigen pantalon en Wellingtons-laarzen droeg. (Het leeskabinet; mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen, 01/01/1858)
• En nog vroeger: toen, kort na den slag van Waterloo, in geheel Europa nauwelijks één naam meer genoemd werd dan die van lord Wellington, kregen de toen mede in zwang gekomen tot halverbeens reikende laarzen zoo algemeen den naam van wellingtons, dat niemand ze anders noemde. Eigen haard, 01/01/1877)
• De schoenen- en laarzennamen: blüchers, wellingtons menschikoff's, (niet hooge rijlaarzen), molières, charles IX, richelieu's enz. (Taal en Letteren. Jaargang 10. 1900)
• In het Engelsch komen veel woorden voor, die aanvankelijk persoonsnamen waren; verscheidene daarvan zijn zelfs in de meeste andere talen overgenomen. De „sandwich" dankt haar naam aan Lord Sandwich die op zekeren dag, ten einde de jam op 'n dungesneden boterham niet aan zijn handen te krijgen, deze „opvouwde." De lersche kapitein Boycott die geboycot werd, gaf het aanzien zoowel aan een zelfstandig naamwoord als aan een werkwoord. De „tram" heet haar Outram, die in de mijnen de ertswagens op rails, of eigenlijk op een ijzeren weg („chemin de fer") of baan („Eisenbahn") liet rijden. De hansom, het nagenoeg uitgestorven tweewielige voertuig, welks koetsier achterop zat, heette naar Aloysius Hansom. Macadam, dat ook in het Fransch voor asphalt gebruikt wordt, heeft John Loudon Mc Adam tot peet. Wellingtons, hooge laarzen, die werden genoemd naar den grooten veldheer, die ze bij voorkeur droeg, en de mackingtosh of regenjas naar den Schotsehen rechtsgeleerde Charles M. Mackintosh. (De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad, 21/04/1940)
• Nederlanders hebben een voorkeur voor smakelijke eponiemen, want de overwinnaar van Waterloo eert men in Engeland door kaplaarzen "wellingtons" te noemen, terwijl wellingtonnetjes hier tot de familie der lange-vingerachtigen behoren. (NRC Handelsblad, 28/10/1978)