Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 22-08-2021

welles

betekenis & definitie

(19e eeuw) (kind.) gezegd om iets te bevestigen: wel waar. Zie ook: nietes*.

• En ook het oude waers is nog niet geheel verdwenen. De platte volkstaal bewaart er nog het spoor van in 't gewone: ‘'t is niet wares! 't is wel wares!’, dat ook ‘'t is nietes, 't is welles’ heet. (Jan van Boendale: Der leken spieghel. 1844-1848)
• De man (die op Jack Lemmon lijkt in z'n goeie dagen) vindt dat het wèl moet gebeuren, en de vrouw vindt dat het niét moet gebeuren. Een nietes-welles in eeuwige beweging, en stilstand tegelijk. (Herman Pieter de Boer: Nederlands gebarenboekje. 1980)
• (Piet Spaans: De spreektaal van de Scheveningse kustbewoners. 2004)
• “Welles,” huilde Mijntje. “Je bekogelde hem altijd met stenen, ik heb het zelf gezien.” (Catalijn Claes: Boven alle vragen. 2009)

< >

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.