Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

Gepubliceerd op 19-07-2021

val

betekenis & definitie

(1769) (Barg.) deur; huis; gelegenheid, geheim bordeel. 'De val rijp maken': een inbraak overleggen. 'Een open val': een goede gelegenheid om te stelen. 'De val is nobel': de gelegenheid is goed'.

• Hij voelde vlak om en naast zich den beschermenden en dekkenden steun van al zijn vrienden uit spiezen, klapper of val. (Israël Querido: De Jordaan: Amsterdamsch epos. Deel 2: Van Nes en Zeedijk. 1914)
• Frans beloerde met oversluwe behoedzaamheid den argeloozen patroon als hij de brandkast op het letterslot stelde en afsloot. Het begon al te gisten van brandend vóórgenot in Frans: waarlijk... hij liep tegen een mooi dingetje op. De val moest rijp gemaakt. (Israël Querido, De Jordaan: Amsterdamsch epos. Deel 4: Mooie Karel. 1924)
• Val: gelegenheid, huis, deur. Ook: heimelijk bordeel of rendez-vous. (E.G. van Bolhuis: De Gabbertaal. 1937)
• (Enno Endt: Een taal van horen zeggen: Bargoens en andere ongeschreven sterke taal. 1969)
• (Enno Endt & Lieneke Frerichs: Bargoens Woordenboek. 1974)
• (Paul Van Hauwermeiren: Bargoens zakwoordenboek. 2011)
• (Paul van Hauwermeiren: Bargoens. Vijf eeuwen geheimtaal van randgroepen in de Lage Landen. 2020)