(1949) (< Eng. very important person) erg belangrijk persoon. In tegenstelling tot een ‘hoge ome’ of ‘hoge piet’ (woorden met een meer spottende ondertoon) gaat het hier om een vooraanstaand iemand op allerlei gebied: een prins, minister, voetballer, staatshoofd, popster enz. Kenmerkend voor een V.I.P is dat hij erg succesvol en beroemd is. Dag- en weekbladen moeten over zo’n persoon schrijven. Niemand is echter V.I.P op eigen kracht maar enkel met dank aan de media.
• Toen kwam fotograaf er nog bij en pootte 500.000ste op trap van ”Gouda”, zodat hr. Moerman althans beetje de illusie, dat hij toch wel zeer belangrijk man, want zó worden anders alleen lieden geportretteerd, die als ”Vips” (= Very Important People, ofwel: bolleboffen) door luchtruim jagen. (Het Parool, 29/07/1949)
• Er heerste een nerveuze stemming op Schiphol, bij de speciale receptiekamer die daar berust voor de ontvangst van V.I.P. (‘Very Important People’). (De Nieuwe Stem. Jaargang 9. 1954)
• Wie denkt ze wel dat zij is? lemand die op het vliegveld als een v.i.p. (zeer belangrijk persoon) wenst te worden ontvangen. (De Telegraaf, 07/08/1958)
• Ik geloof echter wel, dat jullie alleen een keuzemonarchie moeten hebben, want wat leven in de brouwerij moet er blijven, en de erfelijke monarchie is uit de tijd. Bovendien kweek je met een keuze-monarchie in korte tijd weer V.I.P.'s en dat past zo heerlijk bij jullie spelletjes met Social Registers, Social Columns, etc. (De Nieuwe Stem. Jaargang 18. 1963)
• Een V.I.P. werd bij een douanekontrole in de luchthaven in het bezit gevonden van liefst drie komplete sloffen Gauloises. (Algemeen Dagblad, 27/05/1974)
• Hij wees me een nieuw V.I.P. gebouw, dat in aanbouw was en waar de Raad van Bestuur zich in de toekomst zou vestigen. (Willem Oltmans: Zaken doen. 1986)