Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

Gepubliceerd op 11-07-2021

trekken

betekenis & definitie

1) (1980+) (inf.) (oorspr. jeugdtaal te Haarlem) in de uitdrukking 'het niet meer trekken': niet langer volhouden; afhaken, bijv. bij vermoeidheid.

• De Haarlemse groep is rond de twintig. De kern studeert economie in Amsterdam. Hun uitdrukkingen sloegen al in de introductieweek aan: in het begin was er niemand die "ik trek het niet" gebruikte als excuus om af te te haken. (de Volkskrant, 14/10/1989)
• Trekken: er tegenop kunnen: 'ik trek het niet meer, zoek maar een ander voor die klus.' (C.A.J. Hoppenbrouwers: Jongerentaal: de tipparade van de omgangstaal. 1991)
• Trekken, volhouden: 'ik trek het niet meer!' (Albert Gillissen & Paul Olden: Het eerste Nederlandse Studentenwoordenboek. 1994)
• Want hij is fit genoeg, daar gaat het niet om, maar drie en een half uur keuen voor het Musee d'Orsay, of de Arc de Triomphe, dat trekt hij niet meer. (Algemeen Dagblad, 04/11/1998)
• Hij sloeg haar omdat ze enge verhalen vertelde over geesten. ‘Toen ik zei: hou op, zei zij dat er eentje naast me zat. Dat trok ik niet.’ (HP/ De Tijd, 03/12/2004)
• Veel mensen twijfelden of ze ondanks de goede kritieken wel naar 'Eternal Sunshine of the Spotless mind' wilden omdat ze Carrey slecht trekken als hij zo druk doet. (Filmvisie.nl. gelezen 27/12/2004)
• Daarin speelt Michael Douglas een huisvader die doordraait omdat hij de dagelijkse irritaties niet meer trekt. (HP/ De Tijd, 29/04/2005)
• Vrijdag treden we op. Dat trek ik echt niet. (Carry Slee: Your Choice. Hot or not. 2008)
• Kappen nou, mop. Ik trek dit niet! (Sjanti Mahabier: De Keizer van Rotterdam. 2009)
• Ik zag dat Phyllis met een vent stond te praten en ik trok dat niet. (Leon Verdonschot: Pushing the limits. Het leven van Keith Bakker. 2009)
• Met de achterkant van zijn hand wrijft hij even over haar wang. ‘Trek je het nog een beetje?’ (Renate Dorrestein: Is er hoop. 2009)
• 'Ik trek het niet,' zei een vrouw. (Naima El Bezaz: Vinexvrouwen. 2010)
• Je zult het wel druk hebben met die kleine druktemaker en alle toestanden rond de zaak. Trek je het allemaal een beetje? (Jeroen Guliker: Verborgen vrucht. 2011)
• Pas toen ik halfhuilend riep: ‘Ik trek het niet meer!’ zwichtte ze en gingen we even ontdooien in een vrachtwagenrestaurant. (Tosca Niterink: Klimmen naar kruishoogte. 2012)
• Negers zijn nooit homo, wist je dat niet? Die hebben een veel te grote om homo te kunnen zijn. Dat trekken die andere homo”s niet. (Bert Wagendorp: Ventoux. 2013)
• ‘Ik trek het niet meer!’ krijste ma en ze liet dan spontaan de kraan lopen en sloeg keukenkastjes open en dicht. ‘Ik trek het gewoon niet meer met jullie. Jullie maken me gek!’ (Khalid Boudou: Iedereen krijgt klappen. 2013)
• 'Trek je het nog? Je hebt het perfect gedaan vandaag,’ zei hij. (Joost van Bellen: Pandaogen. 2014)
• Hmm, deed ik ernstig wanneer ik voor de zoveelste keer die dag hoorde dat iemand iets ‘niet trok’. (Yvonne Kroonenberg: Wees blij dat je ze nog hebt. 2014)
• Alles maakt lawaai. Ik trek dat slecht, zoals je weet. (Auke Hulst: Slaap zacht, Johnny Idaho. 2015)
• Nu ben ik zo”n vrouw met een vent die neukt met een ander. Godverdomme. Ik trek dit niet, Pol. (Frieda Mulisch: Casino. 2017)
• We hebben de hele basisschool bij elkaar in de klas gezeten en meestal naast elkaar, totdat onze juf in groep 8 het niet meer trok. (Mijke Pelgrim: Dex. Over school en andere ellende. 2017)
• Het kostte hem nooit moeite om tien uur lang naast een fust te staan en nietszeggende gesprekken met steeds dezelfde mensen te voeren. Ik trek dat alleen als ik bezopen ben. (Martje van der Brug: Zo doen we dat hier. 2018)
• Hoe is het met je, schat? Trek je het allemaal nog een beetje? (Daphne Deckers: Dubbel zes. 2019)

2) (1963) (inf.) masturberen. Vgl. aftrekken*; rukken*.

• Ik trek nog steeds niet, maar wel rijd ik mij af in een grote wollen zwarte kous, op mijn buik liggend. Op die manier kom ik een paar keer minder per dag klaar dan anders, en dat is toch gezonder, laten we zeggen vier keer in plaats van negen keer. Seks maakt fit, maar overdrijving maakt wel een beetje suf. (Gerard Reve: brief van 01/02/1963 aan Wimie, Lieve Boesboes)
• Karel legde mij uit wat het werkwoord ‘trekken’ betekende en vroeg of ik er al haar op had... (Bouke B. Jagt: De muskietenoorlog. 1976)
• De mazzel. Niet te veel trekken vannacht, hoor. (Gerrit Grobben: Wolfram. 1989)
• Voor trekken vroeg ik 25 gulden en voor pijpen meer. (Nieuwe Revu, 22/11/1990)
• In mijn wonderjaren heb ik ook nooit sex gehad, ook totaal geen fantasieën. Het is heel masculien om te zeggen dat je neukte en dat je je suf trok, ik heb nog nooit getrokken voor mijn twintigste. (Boudewijn Büch in Humo, 02/04/1992)
• Of ik tijdens het trekken mijn eerste erectie kreeg of pas later die avond, in mijn slaapzak? (Marcel Maassen: Blauwe damp. 1994)
• Seksboekies vind ik wel leuk, maar dat is meer om bij te trekken. Trekken, ja. Doe ik niet moeilijk over hoor, iedereen trekt toch zeker? Lekker, geen gezeik van: oh ja, schatje, ja, kom, kooooom, nu! Nee, met trekken bepaal je gewoon zelf wanneer je komt. (het Parool, 24/06/2000)
• Een beetje rukken en trekken vind ik niks en mijn meisje naaien kan ik zelf wel. (Jan Rot: Meisjes. 2003)
• Als wij geen of te weinig seks hebben, dan gaan we trekken. (Kluun: Klunen. 2008)
• Eigenlijk heb ik meer last van mannen. Er is er één die schrijft me wekelijks en dan ook nog in de meest vulgaire taal. Volgens mij zit ie te trekken tijdens z’n opstelletje, zo erg. (Jan D. Swart, Johan Derksen: Kanjers, culthelden en engnekken. 2014)
• ‘Trek je al?’ vroeg een oom, en daarop begon iedereen te lachen.
‘Je weet wel, een ouderwets potje handkarren!’ zei een andere oom. (Alex Boogers: Alleen met de goden. 2015)
• We hebben nog weleens samen porno gekeken. Twee twintigers, samen trekken, bij John in zijn appartement. (Marcel Langedijk: Gordon. Biografie van een entertainer. 2018)
• (Piet van Sterkenburg: Rot zelf lekker op. Over politiek incorrect en ander ongepast taalgebruik. 2019)
• En dan was er nog een geheim dat zij deelden, want ze betrapte hem eens, lang geleden, op zijn kamertje terwijl hij aan het masturberen was. Dat ‘rukken’ of ‘trekken’ had zij al met haar vriendinnen besproken, maar nu zag zij het met eigen ogen. (Lotte Hendrickx: Seks, een en al seks. 2019)

3) (19e eeuw) (Barg.) zakkenrollen.

• Trekken, (barg.), zakkenrollen. (Taco H. de Beer en E. Laurillard: Woordenschat, verklaring van woorden en uitdrukkingen. 1899)
• (Paul Van Hauwermeiren: Bargoens zakwoordenboek. 2011)
• (Paul van Hauwermeiren: Bargoens. Vijf eeuwen geheimtaal van randgroepen in de Lage Landen. 2020)