Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

Gepubliceerd op 23-07-2021

totebel, teutebel, tuttebel

betekenis & definitie

(1600) (pej. en inf.) (oude) slordige, afstotelijke vrouw, vaak een die zich jonger wil voordoen dan ze is; tang. Vgl. lellebel*.

• 'Zijt gij dol Bouke! of verkoopt ge flausen? Wat zoude hij aan die oude totebel verteld heb-ben?' (Jacob van Lennep: De pleegzoon. 1833)
• Totebel, v. (-len), soort vischnet; vuil -, slordig wijf. (I.M. Calisch en N.S. Calisch: Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal. 1864)
• Op de groene bank hangen, liggen, - zitten? - lamzalig als de totebel van den kraaijer aan de Witte poort, eenige jonge heeren... (Klikspaan: Studententypen. 1876)
• … die malle totebel van een gravin Hermine… (P.A. Daum: Uit de suiker in de tabak. 1885)
• 'Zet die dwaasheid uit je hoofd. Ik zal immers altijd voor je zorge. Ik wil je immers levens-lang houwe.'
'Ook als 'k 'n ouwe totebel ben met grijze krullen en valse tande?' (Marcellus Emants: Inwij-ding. Haags leven. 1901)
• Dat laat ik mij niet zeggen, totebel! (Bernard Canter: Dramatische werken. Medea. De bron der jeugd. De gijzelaars. 1913)
• En wanneer ik zeg 'totebellen', dan bedoel ik onmusische totebellen... (Leonard Huizinga: Olivier en Adriaan. 1981)
• 'O, wat 'n draak! wat 'n draak!' ging het door Eddy's hoofd. Alles liep zoo prachtig en daar gooit me die ouwe totebel alles in de war! 'Begrijp jij er iets van, Rolf?' vroeg Hajo. (J.B. Schuil: De A.F.C.-ers. 1915)
• 'Bovendien moet die weduwe appetijtelijk zijn, want ik heb geen zin elk ogenblik te den-ken: lieve God, daar komt die totebel met d'r sleutelmand weer aan... Ach, ach, man, als je dat alles goed overweegt...' (Marcellus Emants: Mensen. 1920)
• Dan liep zijn heete muts weer vol zorgen, werd het slenteren het en der, zwierf hij als een totebel over de kaai en langs de dokken. (Israël Querido: De Jordaan: Amsterdamsch epos. Deel 1. 1912)
• Teutebel: iem. die veel praat of zeurt. (Kristiaan Laps: Nationaal scheldwoordenboek. 1984)
• Voor ik, hondsberoerde uil, de eeuwigheid instap wil ik hartstikke graag zo bar en boos van bil gaan met een gestoorde totebel dat mijn uitgerangeerde joystick verdrietig wordt. (Vrij Nederland, 10/04/1993)
• 'Dus jij bent een totebel!' kreeg Pauline Slot naar haar hoofd geslingerd. (Vrij Nederland, 19/02/2000)
• Ik was zo'n plichtsgetrouwe tuttebel dat ik die vergaderstukken nog braaf ging lezen ook. (Vrij Nederland, 06/01/2001)
• Al bij de eerste oogopslag ziet Cleyman dat er een burgerlijke totebel op hem toe komt lopen. (Bavo Claes: Vijftig. 2015)
• Tot voetverplaatsingen als voor een tango is ze niet meer in staat, de totebel, al heeft ze, beweert ze, nog gejived met Fred Astaire. (Jeroen Brouwers: Cliënt E. Busken. 2020)