(1969) (ook: Rinus aan de rekstok) (Barg.) kruisbeeld. Mogelijk een verwijzing naar de Amsterdamse turner Tinus Vos, kampioen aan de rekstok. Syn. Jan-an-de-lat.
• Kijk, daar hangt Tinus aan de rekstok! riep oom toen ze uitstapten. Hij wees naar het kruisbeeld dat dienst deed als versiering van een fonteintje. (Peter Andriesse: Verboden te jodelen! 1969)
• (Enno Endt & Lieneke Frerichs: Bargoens Woordenboek. 1974)
• Nee, dat Zwitserland viel zwaar tegen. Allemaal zo Toffelemoons als de tyfus met in de kamer Tinus aan de rekstok. (Nieuwe Revu, 06/02/1992)
• Er hing zo’n kruisbeeld in zijn kamer. Ik vroeg: ‘Weet u hoe wij dat vroeger thuis noemden? Tinus aan de rekstok. (Alex Verburg: En najagen van wind. 2011)
• Het is januari 2004. Maarten van Roozendaal leeft nog en windt er geen doekjes om: onze plaats van ontmoeting móet café Brandon zijn. Ik mag hem interviewen voor het boek Rinus aan de Rekstok (Amsterdams voor Jezus aan het kruis) (volgens de uitgever een onverkoopbare titel) (waar hij later gelijk in krijgt). (De Volkskrant, 27/01/2021)