(1903) (< Fr. télé, ver + Lat. visio, zien. 1900. Eng. television 1900) elektronisch systeem voor het overbrengen van beelden van vaste of bewegende objecten, samen met geluid. Dit gebeurt door middel van apparatuur die licht en geluid omzet in elektrische golven en deze vervolgens weer omzet in zichtbare lichtstralen en hoorbaar geluid. Later voor het systeem dat gebruikt wordt voor de georganiseerde uitzending van professioneel geproduceerde shows en programma's. Vandaar ook: het toestel dat hiervoor ontworpen is. De moderne elektronische televisie werd pas ontwikkeld in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw. De eerste Amerikaanse televisie uitzending had plaats in 1939. Televisiebeelden waren aanvankelijk zwart-wit; kleurentelevisie raakte wijdverspreid in de late jaren zestig en de vroege jaren zeventig. De Schotse ingenieur John Logie Baird (1888–1946) wordt vaak genoemd als degene die het eerste live televisiebeeld produceerde. Hij bouwde voort op het werk van Arthur Korn (1870–1945) en Paul Gottlieb Nipkow (1860–1940) om in 1925 een van de eerste televisiesystemen te ontwikkelen (toen nog de televisor genoemd). Populaire benamingen voor televisie zijn: blauwe* cycloop; buis*; dollevisie*; doos*; kastje*; kijkbuis*; kijkdoos*; kijkglas*; kneur*; magische* oog; melkglas*; pit*; tille*; verrekijk*.
• Jodocus en de televisie. (stripverhaal in Limburger koerier, 26/05/1903)
• Volgens Duitsche bladen zou een Duitsch uitvinder, Ernst Ruhmer, reeds bekend door zijne werken over telefonie en telegrafie, het vraagstuk der televisie hebben opgelost. Zijn toestel zou bestaan uit een scherm van 25 secties, die elk eens zeer gevoelige plaat van Mlenium bezitten, waarvan de werkeloosheid door den uitvinder geheel verwijderd wordt. Hoe? Dat is zijn geheim. (Utrechtsche courant, 19/11/1909)
• Wij, hedendaagsche menschen, uit den tijd van telegrafie, telefonie en televisie, vliegmachines, luchtschepen en monorails, hebben tóch nog wel eens oogenblikken, dat we de mannetjesvaren kunnen bewonderen. (Floralia; algemeen Nederl. advertentie-blad, betreffende tuinbouw, bloementeelt, boomkweekerij, landbouw, veeteelt, jacht, visscherij en fruithandel, 17/12/1909)
• Een telegram uit Parijs, maakt melding van geslaagde proeven op het gebied der draadlooze tele-visie in de buurt van Malmaison. Als uitvinders worden genoemd de bekende radio-onderzoekers Belin en Holweck. (Vooruit, 01/08/1926)
• Sedert het jaar 1863, toen ‘Cinq semaines en ballon’ uitkwam, heeft iedere vooruitgang op 't gebied der poolexpedities, der oceanographie, van het automobilisme, de luchtvaart, de electriciteit, de draadlooze telegraphie, de televisie, een deel van Jules Verne's toekomstvoorspellingen in vervulling doen gaan. (Den Gulden Winckel. Jaargang 26. 1927)
• ‘Dat is......,’ mompelde hij, ‘dat is...... televisie!! Echte, heusche televisie!! Ik heb er al veel over gelezen! En op de radiotentoonstellingen in Scheveningen en hier óók is 't te zien geweest. Maar niemand heeft 't, zooals ik, zoo onverwacht en zoo geheimzinnig, in z'n kamer gehad......’ (Leonard Roggeveen: Draadlooze oogen. 1928)
• Maar kom, begenadigde geesten bedachten voor ons druk, foto en film, bezorgden ons radio en televisie. Die schakelen ons hart over naar kostbare vergezichten en wereldgeluiden. (Lode Conté: Vijf jongens en een geheim. 1930)
• „Heeft u het geld weggenomen?" Dat was een van de vele vragen, die ln de televisie-studio van Philips afgevuurd werden tijdens een geslaagde demonstratie met de leugenontdekker, die door een Philipsingenieur geconstrueerd is. De proefpersoon, mej. Annie van Vliet uit Meerveldhoven, zat rustig in het felle licht der super hogedruk kwiklampen en beantwoordde deze vraag met een krachtig „Neen". En dat terwijl de televisiekijkers duidelijk gezien hadden hoe zij aan het begin van de proef door omroepster Teddy Scholten voor de keus tussen een paar nylons en een biljet van handerd gulden gesteld, dit laatste koos. (Provinciale Drentsche en Asser courant, 10/05/1951)
• Toen de KRO-televisie-tune ..O, kom er eens kijken" voor de eerste maal de huiskamers binnendrong waren er al heel wat zweetdruppels geplengd in het kleine Irene-kérkje, dat zijn grootste rol to de televisie al heeft gespeeld. (Limburgsch dagblad, 17/10/1956)
• Ik hoorde onlangs zeggen ,,vanav’nd gaan we naar de Tille”! Uit de rest van het verhaal bleek, dat bedoeld werd dat men bij de buren naar de televisie ging kijken! (Onze Taal, mei 1959)
• En om half acht gaan de jonge kinderen naar bed. In die gezinnen levert televisie waarschijnlijk minder problemen op dan in de gezinnen, die alleen maar de officiële' televisie ontvangen. Die begint pas om half acht. Bekend is, dat tienduizenden ouders jonge kinderen veel te laat ophouden voor het kijkglas. (Het vrije volk, 30/11/1964)
• Tegenwoordig krijgt de Fiom jaarlijks een kleine duizend vragen 'die te maken hebben met afstamming'. De Leeuw: 'Dat aantal is licht stijgend, mede gevoed door de huilbuisprogramma's. We maken het in de praktijk mee: 'als jullie mijn moeder niet vinden, ga ik naar de televisie.' (Vrij Nederland, 13/08/1994)
• Veel omroepen hebben de interactieve televisie ontdekt. Al weten ze nog niet hoe ze daarmee de kijker aan de buis kunnen kluisteren. (De Volkskrant, 26/11/1999)