1) (1972) (politie) (meestal meerv.) telefoontap. Zie ook: tappen* en tapcorvee*.
• De Rotterdamse politie heeft geen vorderingen kunnen maken bij haar onderzoek naar de dood van het 12-jarige Rotterdamse meisje Anita Pothuis. Gisteren is nog een handjevol taps binnengekomen, maar deze hebben volgens de politie geen nieuw licht op de zaak kunnen werpen. (NRC Handelsblad, 22/03/1972)
• In Amerika bijvoorbeeld wordt het aftappen van een telefoon als een zeer ernstige inbreuk op de privacy van iemand beschouwd. In Nederland worden jaarlijks zon 1200 taps geplaatst, in heel de Verenigde Staten gebeurt dit nog geen 800 keer per jaar! (Nieuwsblad van het Noorden, 24/11/1994)
• Niet-beëdigde tolken kunnen als "taptolk" hun diensten bewijzen bij het beluisteren van taps. (Marc Bockstaele: Processen-verbaal. 2005)
• De rechercheur die de “taps” verwerkte in een proces-verbaal, komt in een volgend verhoor weinig verder. (Paul Vugts: De strijd tegen de Amsterdamse onderwereld. 2011)
• Niemand weet beter dan Alphons Blaauw wat het betekent als de politie zich met een zaak bemoeit. Het hoort bij zijn dagelijkse ... Reken maar dat er op dit moment allang taps op alle zakelijke en privételefoons zitten. (Tineke Belshuizen: Schaduwtuin. 2012)
• De verhalen die ik op mijn eerste werkdag aanhoorde bij een van m”n eerste bekertjes koffie zouden me enkele weken tevoren nog vette primeurs hebben opgeleverd. Ik was een regelrecht walhalla van informatie binnengelopen. Een advocaat als verdachte onder de tap! (Michiel Princen: De gekooide recherche. 2015)
2) (16e eeuw) mannelijk geslachtsdeel. Eigenlijk: een pin waarmee de opening van een vat wordt afgesloten.
• (Corn. Kiliaan: Etymologicum. 1599)
• (Hans Heestermans: Erotisch Woordenboek. 1980)
• (H. Mullebrouck: Vlaamse volkstaal. 1984)
• (Robert Henk Zuidinga: Eroticon: het ABC van de erotiek. 1990)
3) (1934) (Brussel, Barg.) hoed; kraantje.
• (Paul van Hauwermeiren: Bargoens. Vijf eeuwen geheimtaal van randgroepen in de Lage Landen. 2020)