(1992) (inf.) fantastisch.
• Eerst was het nog een superdeluxe Pontiac Bonneville, maar langzaam werd het een wrak. (Chris Bos: De woede van de bassist. 1992)
• De Letse debutante Ilonda Luse schonk haar land eveneens een nieuw record. Zevenduizend kelen van zevenduizend toeschouwers schreeuwden het meisje, dat een afgedankt Sovjet-pak droeg, naar een voor Letse begrippen superdeluxe tijd van 44.39. (Trouw, 08/01/1994)
• Om een uur of twee werden we opgehaald om onze spullen op het Vrijthof te vergaren en per taxi naar een leegstaand hotel over de Belgische grens te worden gereden. Wij vonden alles super de luxe. Wij waren super de luxe dronken. (‘Oprecht veinzen.’ Over Frans Kellendonk, Schrijversprentenboek 43 uit 1998, samengesteld door Charlotte de Kloet, Tilly Hermans en Aad Meinderts)