Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

Gepubliceerd op 31-05-2021

stopper

betekenis & definitie

(1982) (voetb.) verkorting van stoppersspil.

• In de vroege jaren vijftig, toen de bal nog bruin was en op de sportpagina's steevast ‘het bruine monster’ werd genoemd, stond op Sparta's Kasteel een Rots-in-de-Branding, zijn gelaat gehouwen uit schokbeton. Rinus Terlouw, de held mijner jeugdjaren, stopper van Sparta en Oranje. (J..A. Deelder: Schöne Welt. 1982)