(19e eeuw) (euf.) begrafenisjargon voor lijk. Eigenlijk: het stoffelijk deel dat van een afgestorvene overblijft. Ook wel: ‘stoffelijke resten’ of gewoon ‘overschot’. Vondel had het over ‘heilgen overschot’. Vgl. Engels ‘mortal remains’. Wanneer er enkel as overblijft (en de overledene dus gecremeerd werd) spreekt men in het Engels van ‘cremains’. Het WNT citeert o.a. D. Veegens (Historische Studieën. 1853-1884): “Daarin rustte toen reeds het stoffelijk overschot zijner gade en van drie zijner kinderen.”
• In het vierde quartaal van zijn jaargang 1856 deelt hij het volgende bericht mede: ‘In de kerk te Brou, in het departement der Ain, heeft eene niet onbelangrijke ontdekking plaats gehad. Bekend is het, dat in genoemd kerkgebouw gedenkteekenen zijn opgerigt voor Filips de[n] Schoone, Margareta van Bourbon en Margareta van Oostenrijk, doch men wist niet dat het stoffelijk overschot dezer personen in de nabijheid dier gedenkteekenen rustte.’ (Dietsche Warande. Jaargang 3. 1857)
• Eufemismen voor begraven zijn: ter aarde bestellen, uitdragen, wegbrengen, naar zijn laatste rustplaats brengen, onder de groene boompjes brengen (Camera Obscura), de laatste eer bewijzen; voor begraafplaats: Godsakker of dodenakker; voor lijk: het stoffelik overschot, het stoffelik omhulsel, het ontzield lichaam. Eigenaardig is, dat het woord lijk zelf oorspronkelik een eufemisme was, want de oude betekenis is: lichaam. (De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14. 1920)
• Langs de paden van het met sneeuw bedekte Westerveld is maandagmorgen het stoffelijk overschot van mevrouw A. v. d. K. naar de aula gedragen. (Het vrije volk, 15/02/1955)
• Eén bijzonderheid wilde ik u nog vragen, meneer de commissaris,’ zei ik. ‘Wat gebeurt er in dergelijke omstandigheden met...’
‘Het stoffelijk overschot, bedoelt u?’ (Hubert Lampo: De komst van Joachim Stiller. 1960)
• Ook werden op zijn verzoek duizenden zakken met confetti afgeleverd aan de bewoners, die langs de route woonden welke de stoet passeerde, met het verzoek de confetti uit de wolkenkrabbers omlaag te laten dwarrelen bij het passeren van zijn stoffelijk overschot. (Bertus Aafjes: Pet en Petra en het geheim van de bouwkunst. 1967)
• We stonden bij de stoffelijke overschotten en ik geloof dat geen oog droog bleef. (Dimitri Frenkel Frank: De kleinste hond ter wereld. 1970)
• Pas in de twintigste eeuw bevatten advertenties ook mededelingen over de uitvaart. Het veranderend woordgebruik is opnieuw Veelzeggend. 'Sterfhuis' wordt 'woonhuis', 'verasschen' wordt 'cremeren', 'rouwcentrum' wordt 'mortuarium'. 'Sacramenten der Stervenden' worden 'Sacramenten der Zieken'. Het opgebaarde lichaam heet aanvankelijk 'het stoffelijk overschot', vervolgens 'de overledene' en tenslotte gewoon 'Klaas', 'onze zoon' of 'lieve Mamma'. Vaak wordt er nu helemaal geen omschrijving meer gegeven van het opgebaarde lichaam door simpelweg over 'gelegenheid tot afscheid nemen' te spreken, met vermelding van plaats en tijdstip. E hele ontwikkeling in de gebruikte terminologie kan getypeerd worden als een aaneenschakeling van steeds sterkere eufemismen met vaak als laatste schakel het meest doeltreffende eufemisme: het verzwijgen. (NRC Handelsblad, 19/01/1985)