Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 17-09-2024

stinkveter

betekenis & definitie

(1935) (jeugd) smeulende veter.

• Op de Gedempte Voldersgracht begon gisteravond een negenjarige jongen, die daar fietste, plotseling hevig te gillen. Omstanders schoten toe en bemerkten dat de jongen in brand stond. Nadat het vuur snel was gebluscht. vertelde het kind dat hij thuis met een stuk veter had zitten spelen en er met behulp van een lucifer een z.g. „stinkveter" van had gemaakt. Toen zijn moeder de kamer binnenkwam had het jongetje de brandende veter gauw in zijn broekzak gestopt en er verder niet meer aan gedacht, met het noodlottige gevolg dat zijn kleeren langzaam aan waren gaan smeulen. (De Telegraaf, 17/07/1935)
• Gisteren heb ik hem bij de hand gepakt en ben een winkel binnengegaan, voor een brandglas. Nu vult hij de in de straat de hele rij jongens aan, met glas en stinkveter. (De waarheid, 25/04/1953)
• Gaatjes branden in een stukje paper, of een stinkveter aansteken met behulp van zon brandglas. Ja. dat gaat reuzefijn! (Trouw, 04/11/1972)
• stinkveter, zn., smeulende veter. Deze werd door zonnestralen, versterkt door een vergrootglas, aan het smeulen gekregen. (Minke Kraijer e.a.: Op zien Zwols. Woordenboek van de Zwolse taal. 2008)

< >

Gebruik je Ensie vaker?

Word nu vriend voor slechts €8,95.

Word vriend