1) (1711) (plat) vagina. Er bestaat een heiersliedje, dat als volgt gaat: Maartje Troet die wou eens weten / Hoe diep haar aardigheidje was / Ze nam een heipaal, ging aan 't meten, / Voelde dat 'r geen grond in was. / Help 's mee, help 's mee, Er zit een heipaal in mijn snee. Vgl. Duits ‘Schnee’, Engels ‘slit’ en Frans ‘fente’. Met een 'droge snee' wordt in Antwerpen een zuurpruim bedoeld of een in seksueel opzicht weinig aantrekkelijke vrouw.
• Snee. Bij 't gemeen volk voor Vrouwelijk schaamdeel. (P.J. Cornelissen & J.-B. Vervliet: Idioticon van het Antwerpsch Dialect. 4 delen. 1899-1906)
• Snee: vrouwelijk schaamdeel. (E.G. van Bolhuis: De Gabbertaal. 1937)
• Snee. Vrouwelijk schaamdeel. (L. Lievevrouw-Coopman: Gents Woordenboek. 1950)
• Ik wou ik was de broek van Doris Day
was ik de broek van Doris Day
dan rook ik altijd an d’r snee. (Jan Cremer: Ik Jan Cremer. 1964)
• Haar snee ziet er ontstoken uit. (Ben Borgart: Blauwe nachten. 1978)
• Krijg de tbc in je snee. (Bert Hiddema: Twee vliegen in één klap. 1975)
• Hij voelde haar gladde natte snee tegen zijn ontblootte eikel. (Heere Heeresma: Een hete ijssalon. 1983)
• Of ze zaten je op te geilen, steeds grotere flessen d’rin, want in Rusland is zo’n grote spleet een schoonheidsideaal, een kut als een trechter geldt daar als het geilste wat er is, dus al die wijven bezig om d’r snee groter en groter te maken, wij toekijken, en zij maar lachen, soldatski! du kommen! en dan trokken ze snel de pin uit de granaat die ze op het laatst in de kut hadden gepropt. (Jan Cremer: De Hunnen. 1983)
• Hoe vaak denk je dat we jullie kwak uit onze snee hebben moeten vegen? (Remco Campert: De Herm en Miepje Kurk Story. 1983)
• Een pooier en een prostituée.
Twee kloten op één snee. (Prof. Dr. Stefan Lievens: Graffiti. Handschriften op muren en toiletten. 1984)
• (H. Mullebrouck: Vlaamse volkstaal. 1984)
• O, was ik de broek van Doris Day
Dan rook ik altijd aan haar snee. (Constant heeft een hobbelpaard. 350 ongecensureerde kinder- en volksversjes. 1987)
• Er wordt gebeld, zei tante Kee en trok een piemel uit haar snee. (Hans Hoenjet: De wraakengel. 1989)
• Als je je een béétje spontaan laat gaan, beginnen ze ineens te piepen. Maar wel van die lekkere decolletés hebben waar je de hele dag in moet kijken. Diep decolleté, droge snee. (Liza van Sambeek: Bloed, zaad en tranen. 2011)
• Of bedoel je soms kut? Vagina, schede, doos, snee, pruim? (Lydia Rood: Kus me. Kus me niet. 2011)
• Natuurlijk was mijn furiositeit gericht op mevrouw Ragoe Ree Overflakkee, wat doen we ermee, stop een betonnen tuinengel in der snee! (Tosca Niterink: Klimmen naar kruishoogte. 2012)
• Haar lipjes weken uiteen en ik zag het wonder van de zachtroze chaos. Hierom en hierom alleen draaide mijn leven. Elke dag, elke nacht zonder zo’n goddelijke snede moest als verloren worden beschouwd. (Hans Dorrestijn: Zelfs Christus aan het kruis had het beter dan ik thuis. 2015)
• Ik strijk met mijn vinger over haar snee, tussen haar schaamlippen. (Jasinda Wilder: Ik verdrink zonder jou. 2016)
• De gedachte dat ik vannacht op dat bed moest slapen, deed me kokhalzen. Vol spermavlekken en het smerige slakkenvocht dat uit haar snee droop. (Mano Bouzamour: Bestseller Boy. 2018)
• … of, zoals Pepijn zei: ‘Een vakantie aan zee brengt zand in de snee!’ (Daphne Deckers: Dubbel zes. 2019)
• Ik heb de mannen flessenbal leren spelen (al moest daarvoor wel eerst de champagne opgedronken worden, maar dat vond niemand een probleem) én ik heb ze hun eerste Nederlandse zin bijgebracht: Een vakantie aan zee brengt zand in de snee. (Daphne Deckers: Dubbel zes. 2019)
2) (1997) (plat) bilnaad, reet*.
• De FNV steek ik in mijn snee. (Arnong Grunberg: Figuranten. 1997)
3) (19e eeuw) (ton.) weggelaten passage uit een stuk.
• (Taco H. de Beer en E. Laurillard: Woordenschat, verklaring van woorden en uitdrukkingen. 1899)