Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 12-02-2026

smousjassen

betekenis & definitie

(1828) kaartspel tussen twee personen, snelle en vermakelijke vorm van klaverjassen. De jas of de boer is de hoogste troef. Ook wel: 'vijfhonderden' of 'een vijfhonderdje leggen'. 'Smousjassen met troeven onder de arm': vals spelen; oneerlijk handelen; veel eten en weinig praten. Smous is een scheldwoord voor jood. Vermoedelijk is het kaartspel via de Joodse gemeenschap in Noord-Europa verspreid en populair geworden. In de literatuur wordt de term 'gesmousjast' al in de 19e eeuw opgetekend, bij Hildebrand-Nicolaas Beets, onder andere als een spel dat in een trekschuit werd gespeeld. Zie ook: kruisjassen*.

• Nieuwe beschrijving der meest gebruikelijke kaartspelen zoo als die hier le lande gespeeld worden; geheel oorspronkelijk bewerkte, verbeterde en vermeerderde uitgave (eerste Deeltje), bevattende: het vijf honderden of smousjassen, kruisjassen, schuifjassen, verkeerdjassen, jassenforcé, pandoeren of jassen à la pandour, boerenjassen, jassen met den driehoek, commerce of kleuren, cometen, lanlerlue of beste boeren, zwikken, koopmannen of buffelen, passé à dix met de kaart, het klopspel, het wisselspel, het piket tv het tarotspel, hetwelk heden wordt uitgegeven te Amsterdam, bij den Boekverkooper. (Dagblad van ’s Gravenhage, 05/03/1828)
• Dit was zeer lastig voor mij die de gewoonte heb om alle avonden eene partij smousjassen met vriend Cauchij en andere goede jongens te gaan spelen. (Vlissingsche courant, 30/07/1845)
• ‘Hier!’ antwoordde zij en drong meteen door de troep, die haar omringde, den huisknecht te gemoet, die de vraag had gedaan, en die, zeker in den waan verkeerende, dat hij ter wille van een ‘kinderjuffrouw’ geen bijzondere haast te maken had, zich niet vroeger uit het wijnhuis, waar hij met een kameraad smousjassen zat te spelen, naar het kantoor der onderneming begeven had, dan toen hij den wagen had hooren stilhouden. (Jacob van Lennep: Klaasje Zevenster. 1866)
• Nu bestond deze voorbereiding hierin, dat de beroemde man een ouden pedel der universiteit op zijne kamer liet komen om met hem te smousjassen, totdat hij na 't gebruik van een paar flesschen indommelde. (Anne Johannes Vitringa: Darwinia. 1876)
• Een „smous-jas"-congres zal dit jaar te Brussel worden gehouden. Daar zullen de liefhebbers van dat kaartspel algemeene regels voor het smousjassen vaststellen, in plaats van de uiteenloopende regels, welke in verschillende deelen des lands worden gevolgd en welke vaak aanleiding geven tot twist, soms zelfs tot gevechten. (Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 23/03/1905)
• Kunt gij smousjassen ? vroeg hij, een man die naast hem op de bank zat, even tegen den arm stootend. — Smousjassen? was het antwoord; ik deed bijna niets anders vóór ik hier kwam...(De Zuid-Willemsvaart, 26/05/1915)
• Als men (bij het smousjassen) den heer en de vrouw van troef in handen heeft, zegt men, bij het opspelen van een van die kaarten ”stuk”! en schrijft 20 (K.C. de Jonge: Nieuwe Beschrijving der meest gebruikelijke Kaartspelen zooals hier te lande worden gespeeld. 1923)
• Smousjassen? vroeg Krampe, terwijl hij naar het vuur waggelde en David zijlings aankeek; loop naar de Mokerhei, met uw smousjassen!... (Jan Renier Snieders: De lelie van ’t gehucht. 1925)

< >

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.