Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 17-05-2022

smousenwinst

betekenis & definitie

(19e eeuw) (inf. en beledigend) woekerwinst.

• (Pieter Weiland: Beknopt Nederduitsch Taalkundig Woordenboek. 1829)
• Smousenwinst, f. Gain usuraire, m. (Callewaert's groot Nederlandsch-Fransch en Fransch-Nederlandsch woordenboek inhoudende de woorden der gewone spreektaal. 1909)
• Zoals bekend zijn er via het Jiddisch en het Hebreeuws honderden woorden en uitdrukkingen in het Bargoens en het Standaardnederlands terechtgekomen. Dat is ook een interessant onderwerp, maar daar bestaat al relatief veel literatuur over. Zoals gezegd is dat niet het geval voor de woorden en uitdrukkingen die rechtstreeks naar joden verwijzen, zoals jodenkoffie, jodenkoek, jodenbrood, jodenbuurt, jodendoorn, jodenfooi, jodenhars, jodenkaas, jodenkers en jodenketting, maar ook: smousbaard, smousenkerk, smousenwinst en smoushond. (Onze Taal. Jaargang 74. 2005)

< >

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.