Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

Gepubliceerd op 03-05-2021

slikken

betekenis & definitie

(1970) (euf.) drugs nemen; (onder sportlui) doping nemen.

• Zeg, eh ik bel je eigenlijk om te vragen of je zin hebt om wat te slikken. (Arie B. Hiddema: Dag heer. 1970)
• Markske is niet voor vrouwen. Ge vindt dat meer bij sportmannen die te veel geslikt hebben. (Hugo Claus: Het verlangen. 1978)

< >