1) (2017) (sch.) slappe koffie. Andere benamingen voor koffie: babbelnat*; bak (bakkie)*; bruinderik*; dokter* de Bruin; fokkie*; godshot*; Haags* bakkie; jodenbakkie*; kedievedie*; kof*; kofje* koppie; leut*; matrozenmutsje*; mijnheer* de Bruin; moffenkoffie*; mokkie* bruin; muggenpis*; muggenzeik*; negerinnenmelk*; negerzweet*; paddenvergif*; pikheet*; pleur*; professor* de Bruin; sjoof*; slemp*; slobber*; sloert*; slootwater*; bruine soep*; sokkenwater*; straal*; stuifkoe*; torpedistenbakje*; troost*; uilenzeik*; witte* bonen; zog*; zwarte* goud; zwarterik*; zwartje*; zweet*; zweetkom*.
• Hoe zeg je ‘slappe koffie’ in het Limburgs? Het lijkt wel alsof ze daar in ieder stadje en ieder dorp een ander woord voor hebben. In het hele Limburgse taalgebied, dat voor de helft in Nederland ligt en voor de helft in België, zijn er meer dan honderd verschillende woorden en combinaties van woorden die slappe koffie betekenen. Aafwaswater, klets, sjuttelewater, meerezeik, sjlappe teut, brozel, kalleverdrank, sjlappe kakkedoeles, lüëter, dunne pis, mugge-pis, slappe thei, sjpeulwater, zawel, zeik, zwadder, sjöddeköl, mókkefók, slappe tinus, slèdderèt, foezel, kloare, ketjeswater, botrammekoffie, kieleflits, ...(NRC Handelsblad, 20/01/2017)
2) (1922) (scheldw.) halfzacht persoon; slappeling.
• … hei, zeg, leef je nog.... leef je nog, slappe Tinus....? (Carry van Bruggen: Avontuurtjes. 1922)
• Wat een slappe Tinus. (J. Kleian: Deliplanter. 1943)
• De nieuwe regeringsverklaring bespuwde de Arabieren en huldigde Israël. Het had misschien nog wel wat krachtiger gekund en overdreven moedig behoeven we het allemaal niet te noemen, want Nederland loopt minder risico's dan andere landen, maar het was toch een verademing na de Slappe Tinus-verhalen uit vele hoofdsteden. (De Gids. Jaargang 130. 1967)
• ‘Snetverderrie, wat zijt gij een slappe Tinus!’ riep geneesheer Angelino uit na hem weer bijgespijkerd te hebben. (Toon Kortooms: Help! De dokter verzuipt… 1968)
• Daar heb je nou weer zo'n psychiater, wat 'n slappe Tinus, denk ik, maar ...(Johan Fabricius: Voorrijden, mevrouw? 1969)
• En voor mij hadden ze zo ' n slappe Tinus, dat ik hem wel eens door elkaar heb geschud en hem zelfs een paar keer een draai om zijn oren heb gegeven. (A. Koolhaas: Een aanzienlijke vertraging. 1981)
• Kwal, slappe tinus, misselijk figuur. (Wurdboek fan de Fryske taal. Volume 12. 1984)
• (Hans Heestermans: Luilebol!: het Nederlands scheldwoordenboek. 1989)
• Stijve Jurrie: tot plusminus 1950 gezegd over een houterig manspersoon. Jurrie (Jurriaan) lijkt een betrekkelijk willekeurig gekozen eigennaam. Behoort tot de familie die in haar geheel dreigt te verdwijnen, waarvan evenzeer deel uitmaken: dolle Dries, ijzeren Hein, bereisde Roel, slappe Tinus, gekke Gerrit, kuise Jozef, (de) ware Jakob, vieze Fanny, jarig Jetje en dolle Mina. Kennispop: „Jeugdige vrouw die zich door lichtzinnigen tooi en gedragingen, in den ongunstigen zin onderscheidt van haare sexegenooten."(Het vrije volk, 14/01/1991, over verloren woorden)
• “Zeg, slappe tinus, hoepel je op! ” zei Jannie. (Ad van Gils: Els van de Grashoek. 2006)
• Is het wel een beetje een vent? Ik vond Bastiaan zo'n slappe tinus, ik wilde dat natuurlijk niet zeggen omdat jij hem leuk vond… (Jackie van Laren: Duingras. 2018)