1) (1963) (< Eng.) (bijv. naamw.) alleenstaand, ongehuwd; (zelfst. naamw.) (euf.) iemand die geen relatie heeft; vrijgezel, alleenstaande. Die laatste termen klinken erg negatief: ze geven een nogal zielig beeld van deze categorie van mensen: het zijn eenzaten, zoals ze in Vlaanderen wel eens genoemd worden. Alleengaande* is wat dynamischer, maar het onderdeel ‘alleen’ is toch nog altijd stigmatiserend.
• Ze is „single” zoals de Britten dat zo keurig zeggen. Maar ze laat zich bij voorkeur mevrouw noemen, ze vindt ook dat het in vele omstandigheden van het leven makkelijker is een echtgenoot voor te wenden. (Nieuwe Haarlemsche courant, 09/11/1963)
• In Amerika heeft men ontdekt dat de ongetrouwden zo'n 140 miljard dollars per jaar uitgeven. Het zakenleven was er toen als de kippen bij om aan elke gril van de vrijgezel te kunnen voldoen. Elke week is er wel wat anders op de markt. Zojuist een nieuw maandblad, „Single" in een oplage van 750.000. (De Telegraaf, 29/09/1973)
• De Amerikaanse vrijgezel hoeft niet meer alleen te zijn. Single-bars, single-gidsen, bars en eetgelegenheden richten zich speciaal op de ongebonden en geslaagde vrijgezel. (NRC Handelsblad, 09/12/1978)
• Maar het is natuurlijk niet alleen maar een kwestie van geld. Vele singles willen bewust alléén blijven en zich niet als „mislukt" beschouwd zien, omdat ze niet met iemand samenleven. (De Telegraaf, 27/12/1980)
• Voor de meeste singles is het probleem dat ze in een relatie meer willen ontvangen dan geven. Door herinneringen en teleurstellingen is men minder spontaan, meer berekenend. (De Telegraaf, 10/01/1981)
• Robert van Kralingen, dansleraar in Dwingeloo (Drenthe), ontdekte bijvoorbeeld dat er veel `singles' kwamen op zijn danslessen en stelde een aparte singleavond in. (Inez van Eijk: Bij jou of bij mij?, 1994)
2) (1896) (< Eng.) (balsport zoals tennis) enkelspel.
• ‘Wat dunkt u, willen we double spelen?’
‘O neen, speel u asjeblieft maar single met Adi.’ Mies zou Kitty wel helpen met 't theezetten en zoo. (Marie Snijder van Wissenkerke: Kitty. 1896)
• Men had een tennis-club opgericht, gedistilleerd uit de werkende leden van ‘Apollo en zijn Muzen’ en Felix en Jacques hadden beide tot lidworden toegestemd. Bijna elken dag reed Felix in zijn wit flanellen sportpak op zijn fiets naar de Witte Brug; hij was een hartstochtelijk speler en altijd vond hij eenige van de meisjes bereid tot een single of double match. (Jeanne Reyneke van Stuwe: Hartstocht. 1899)
• Kees en Pop speelden een single, maar ze sloegen alle ballen tegen het net, en Connie en Ru hingen in het tentje, toen wij er aankwamen, maar toen wou Connie dadelijk weg. (Cissy van Marxveldt: De H.B.S. tijd van Joop ter Heul. 1919)
• Volgens de loting die donderdagavond werd verricht, speelt Torn Okker zaterdag in de eerste single tegen Bo Homström. (De Volkskrant, 28/10/1966)
3) (1950) (muz.) grammofoonplaat met op elke kant één nummer. Officieel gelanceerd in 1949 door Columbia Records.
• Bij hoge uitzondering brengt men van een populaire artiest — gegeven dat hij met vier melodieën in de hitparade kan komen — een 15-toeren plaatje uit. Deze „E.P.'s” (Extenled Play) zijn dan weer iets voordeliger, want ze bieden vier nummers tegen minder dan de dubbele prijs van een 78-toerenplaat (in vaktermen een „single”). (Het vaderland, 07/12/1957)
• Het plaatje heeft de mooiste hoes die we ooit om een single zagen, met een reproduktle naar Degas. (Het vrije volk, 05/03/1960)
• Nou, daar gaan we dan. Een langspeelplaat van de Tee-set en een single van de Tee-set. (Het Rotterdamsch parool, 28/01/1967)
• Ondanks de winstgevende aspecten van de elpeeverkoop, bracht Basart noodgedwongen ook een single met de originele Fred Stugar-versie op de markt. (Nieuwsblad van het Noorden, 11/08/1973)