Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

Gepubliceerd op 14-04-2021

scheur

betekenis & definitie

1) (1964) (inf.) mond: 'een grote scheur opzetten'.

• Als Lange Piet zijn grote scheur nou maar gehouden had.... (Simon Carmiggelt: Later is te laat. 1964)
• Hij zet zijn scheur open. (Toon Kortooms: Mijn kinderen eten turf. 1967)
• Je hoeft niet zo’n grote scheur tegen me open te trekken. (Simon Carmiggelt: Gewoon maar doorgaan. 1971)
• Kon een schop voor d'r hol krijgen, als ze me nog eens een grote scheur opentrekt! (Bouke B. Jagt: De muskietenoorlog, 1976)
• `Lach maar,' zei hij. `Lach maar. Totdàt je je scheur verrekt en je je hele leven voor joker loopt.' (Hans Plomp: Kort geleden, 1979)
• Wees zo goed die ordinaire scheur van je dicht te houden, Harry. (Frans Kellendonk: Letter en geest. Een spookverhaal. 1982)
• (Jan Pannekeet: Westfries woordenboek. 1984)
• Hij was gewoon een rotjoch uit Londen met een scheur van hier tot ginder ... (Pamela Koevoets: Arme Engelen, 1988)
• Steeds was er één onbewaakt ogenblik—een ogenblik van niets—dat zijn scheur zich opende, en of hij eerst stond en dan riep of geroepen werd en als op bevel in de houding sprong, het verschil was niet te zien. (Jacq. Firmin Vogelaar: Verdwijningen: oefeningen. 1988)
• Zelfs Oprah Winfrey kon er met die grote scheur van haar nauwelijks tegenop. (Elsevier, 23/11/1991)
• De laatste cd dateert van drie jaar geleden en ik heb ruim een jaar lang niet meer opgetreden. Dan is de behoefte om weer even die scheur open te trekken erg groot. (Algemeen Dagblad, 22/11/2002)
• … daarna keek hij in de open mond van de man. Wat een onsmakelijke scheur … (Rinus Ferdinandusse en Tomas Ross: De mannen van de maandagochtend. 2003)
• Beledigen wij de profeet? Dan trekken ze hun scheur open. (Robert Anker: Hajar en Daan. 2004)
• En die journaliste én kinderboekenschrijfster met de brutale scheur van een Monnickendamse visschuur. (Anneke Brassinga en Freddy Rikken: Tussen vijf en twaalf. 2005)
• Grote kans dat geen hond zijn scheur opentrekt als jouw roman uitkomt. (Lydia Rood: De kop van de pauw. 2011)
• Zoals die keer dat ik een blauwtje had gelopen in dekroegen teleurgesteld afdroop, maar toen ik mijn vriendinnen zag gauw weer lachte enzei dat het niks kon worden met iemand die zo uit zijn scheur meurde. (Petra Kruijt: Laat me jou zijn. 2014)

2) (1968) (plat) vagina. Henk Salleveldt citeert in zijn ‘Woordenboek van Jan Soldaat’ (uit 1978) volgend versje (onder ‘latrineopschriften): ‘Onze Mina heeft een scheur van hier tot aan de keukendeur’.

• Die smerige rol van die vieze vent in de scheur van je moeder. (Heere Heeresma: Geschoren schaamte. 1968)
• Nu krijg je foto’s in je brievenbus waar je, als je de envelop openmaakt, zo met je gezicht tegen een enorme harige scheur aankijkt, met alles erop en eraan, plus gezichten van de meiden erbij. (Jan Cremer: Made in USA. 1969)
• Dat is wat de huidige markt eist. Sex en Sadisme, open met die scheur, wijd die benen. (Jan Cremer: Made in USA. 1969)
• Nou ik gun die kolenboer die vieze stinkende kut van jou, denk maar niet dat ik daarom zo tekeer ga, ik heb wel betere scheuren gehad na de jouwe, maar het gaat me godverdomme om me eigen bloed en vlees of heb je ze soms al wijs gemaakt dat die kolenschurk hun nieuwe pappie is? (Ik hou van jou. Liefdesbrieven geselecteerd door Eva Hoornik. 1970)
• (Enno Endt en Lieneke Frerichs: Bargoens Woordenboek. 1974)
• De beddevering miauwde mee. «Hoor je dat?» - «Jawel, maar ik hoor het niet.» «Ik wel.» - Kortsluiting. Sigaret. De scheur in haar scheur. Ik glijd uit haar randen. (Hugo Claus: Gedichten 1969-1978. 1979)
• (Hans Heestermans: Erotisch Woordenboek. 1980)
• Nou ging de mijne er bij die grote scheur van Mutti in als boter.... (Jan Cremer: De Hunnen. Deel 3: Vrede. 1983)
• (H. Mullebrouck: Vlaamse volkstaal. 1984)
• Zij heeft een 'doos' (ook wc), 'gleuf', 'kut', 'scheur', 'spleet', 'trut' of aan dieren of vruchten ontleende 'poes', 'perzik' of 'pruim'. Er zijn dan ook meer seksueel geladen scheldwoorden, zoals 'kuttekop' en 'slet', voor vrouwen dan voor mannen. (Dédé Brouwer: Vrouwentaal: feiten en verzinsels. 1991)
• We sloten altijd af met “Wie sjoeën os Limburg is”. Maar toen we een ander Limburgs liedje zongen, “Kom ’s even lekker zitten op m’n scheutje”, brulde die hele zaal: scheurtje! (Henk van Gelder: De schnabbeltoer. 2005)
(Piet van Sterkenburg: Rot zelf lekker op. Over politiek incorrect en ander ongepast taalgebruik. 2019)

3) (1972) (plat) overdrachtelijk voor vrouw. Jan Oudenaarden (1986, p. 88) haalt een haiku aan die door sommigen wordt toegeschreven aan Potgieter: 'O, wat een wonder/ zeven scheuren in die schuit en nog niet onder'.

• (Piet Grijs: Blijf met je fikken van de luizepoten af. 1972)
• Later bij de marine, als we de wal op waren geweest, en eentje van onze bak door de tenue-patrouille in een of andere kit met scheuren was gesnapt... (Jan Cremer: De Hunnen. Deel II. Bevrijding. 1983)
• Dus gaat het ontharingscentrum adverteren in het blad van de Gay Games en zich daarbij op het randje begeven, want veel homo's houden van harde humor. Dat leidt tot reclameteksten als 'Ik zie de boom door het bos niet meer', 'Schuren zonder scheuren' en 'Ik zie een ster.' (HP/ De Tijd, 31/07/1998)

4) (1985) (Rotterdam, sp.) nederlaag. 'Een scheur krijgen': een zware nederlaag incasseren.

• DOS scoorde vrolijk voort... Eénvijf... Eén-zes... Eén-zeven... Toen pas hield de doelpuntenregen op. De vernedering was compleet. Een 7-1 scheur in eigen huis! (J..A. Deelder: Drukke dagen. 1985)
• Een scheur krijgen: met grote cijfers verliezen. (Jan Oudenaarden: De terugkeer van Opoe Herfst. 1986)
• (Jaap van der Wijk: Voetbalwoordenboek. 1997)
• (Jan Oudenaarden: Wat zeggie? Azzie val dan leggie! Een onderzoek naar het dialect van Rotterdam. 1999)

5) (1937) (Barg.) nauw straatje.

• (E.G. van Bolhuis: De Gabbertaal. 1937)

6) (1928) (Barg.) cent.

• (Paul van Hauwermeiren: Bargoens. Vijf eeuwen geheimtaal van randgroepen in de Lage Landen. 2020)