Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 19-01-2023

ros bloed, zelden goed

betekenis & definitie

(19e eeuw) (ook: ros bloed vrijt of vost goed) (sch.) gezegd tegen een roodharige vrouw. Zie ook: rost goed, poept goed.

• Ros bloed, zelde goed. (Jan Ferdinand Tuerlinckx: Bijdrage tot een Hagelandsch idioticon. 1886)
• Rood bloed zelden goed, ros haar, duivelshaar. R. (Jozef Cornelissen & Jan Baptist Vervliet: Idioticon van het Antwerpsch dialect. 1899)
• Ros bloed, zelden goed. (Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. 1903)
• Elke vrouw haar schouw. Ros bloed vrijt goed. (Jozef van Haver: Volksleven te Wieze. 1900-1950. Gepubl. 1961)
• Roodharige vrouw: ros bloed vost goed. (Jack De Graef: Het Groot Woorden- en Liedjesboek over het Antwerps dialekt. Vierde aangevulde druk. 1981)
• Ros bloed vrijt goed' (Antwerpen): roodharige vrouwen zijn bedreven in het liefdesspel. (De Tijd, 08/06/2002)
• Merk je dat sommige mannen bepaalde ideeën hebben over zwarte vrouwen? Dat jullie flink presteren? «Ik dacht dat ze 'Ros bloed poept goed' zeiden? (Lacht) En blondjes hebben toch ook een reputatie, dacht ik? En Aziatische? (Het Laatste Nieuws, 15/03/2008)
• Maar niet getreurd, nog voor de vrouwen goed en wel koers gezet hebben richting hun eigen eiland, verschijnen de vrijgezellen al ten tonele. Meteen wordt het duidelijk wat voor vlees we in de kuip hebben. «Ros bloed poept goed», zo introduceert de roodharige Manon zichzelf op niet mis te verstane wijze. (Metro, 02/02/2017)
• Echt niet? De aloude klassieker, hè: ros bloed poept goed. (Humo, 14/08/2017)

< >