Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 27-03-2021

rekening man

betekenis & definitie

(1933) (sold.) oorspr. gezegd van iets dat stuk of zoek is geraakt (een uitrustingsonderdeel) en door de betrokkene uit eigen zak moet betaald worden; later meer algemeen (bijv. bij een bestelling van drank).

• „Heeren, we zullen beginnen met een borrel. Rekening Man." (A. Roothaert: Spionnage in het veldleger. 1933)
• Wanneer door eigen schuld een uitrustingstuk was zoek geraakt, moest de man het zelf betalen. Op het desbetreffende staatje werd dan ingevuld: „Rekening Man". (A. Roothaert: Spionnage in het veldleger. 1933)
• Tijdens de manoeuvres In West- Duitsland, waaraan door Nederlandse dienstplichtigen moest worden deelgenomen en welke oefeningen zo realistisch mogelijk moesten zijn, raakten vooral 's nachts wel eens uitrustingstukken, broodzakken, grondzeiltjes, drinkflessen enz. vermist of verloren. Bij zoveel „realiteit was het gevaarlijk of onmogelijk om terug te keren. Pas nu, maanden na deze grote manoeuvres komt de legerorder, dat deze vermiste goederen alle “rekening-man" zijn. Dit betekent, dat de jongens de volle prijs moeten betalen en deze met ƒ 6.— tegelijk van het soldij wordt afgehouden. (De waarheid, 27/02/1954)
• Diezelfde avond keerden we terug naar Den Haag. Ik legde m'n klarinet onder het bed, sprong daarna met veel élan in het bed en zakte door de matras. De klarinet was in tweeën gebroken. Het werd „rekening-man" en toen besloot ik m'n ontslag uit militaire dienst te nemen. De kwestie „rekening-man" vond ik een kinderachtige streek! (Limburgsch dagblad, 11/07/1964)

< >