Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 31-03-2025

praten als Brugman

betekenis & definitie

(15e eeuw) (ook: lullen als Brugman) (cliché) erg goed en met veel overtuiging kunnen praten, argumenteren. Naar de 15e eeuwse rondreizende volksredenaar van de orde der franciscanen (1399-1473). Brugman werd soms verbasterd tot Bruggeman.

• Ist dan niet een grove Toverye, dat die Menschen hen selven laten wijs maken, dat zy noch quaet blijvende goedt sijn geworden? Wat blind, blindt blijvende, soude gelooven konnen eenigh Lapsalver, die hem een Salfken over d’ooghen ghestreken hebbende, vroedt wilde maken, dat hy nu saghe? geen blinde so zot, al konst die Lapsalver oock kallen als Brugman selve. (D.V. Coornhert: Oorsaken ende middelen vander menschen saligheyt ende verdoemenisse. 1631)
• Hy kan klappen als Bruggeman. Deze was een Paap te Amsterdam, in 't begin der Spaansche beroerten, wiens tong byzonder wel gehangen was, om de herten van het gemeene volk in te nemen. Zyn geheugenis is door dit spreekwoord overgebleven: gelijk die van Broêr Kornelis van Brugge door zijne geesseltucht, en predikatien. 't Valt echter zo licht niet, eenen Monik uit zyn kap te praaten. (Carolus Tuinman: De oorsprong en uitleg van dagelyks gebruikte Nederduitsche spreekwoorden, opgeheldert tot grondig verstand der vaderlandsche moedertaal. Deel I. 1726)
• Hy is zoo wijs, hy is zoo wijs:
Elk stelt zijn oordeel hier op prijs,
En, mocht gy ook als Brugman praten,
Hy zal zijn meening niet verlaten:
Hy is zoo wijs, hy is zoo wijs. (Jacob van Lennep: Poëtische werken. Deel 10. Treur- en blijspelen. Deel 3. 1862)
• Al praat je als Brugman, al zul je ook smeeken en bidden - geen cent man, geen cent. (J.J. Cremer: Romantische werken. Deel 5: Daniël Sils. 1879)
• Brugman, (Praten als - n.l. als Jan Brugman, een Minderbroeder uit het Keulsche, die in 1462 te Amsterdam onder een grooten toeloop van volk en tegenstand der regeering de strenge observantie predikte en die beroemd was om zijn overweldigende welsprekendheid; van waar de spreekwijs ‘Al kun je kallen als Brugman’ (n.l. ‘dan helpt dat toch niet’). (Taco H. de Beer en E. Laurillard: Woordenschat, verklaring van woorden en uitdrukkingen. 1899)
• Wanneer een man zich den tijd er toe geeft - en Berkie had tijd, den godganschen dag -, wanneer hij de overredingskunst kent - en kletsmeiertje kon praten als Brugman -, dan luistert een meisje goedig, gevleid. (De Gids. Jaargang 76. 1912)
• Onlangs heeft te Leeuwarden prof. dr. Titus Brandsma, 0. Carm., uit Nijmegen, een lezing gehouden over den uit de geschiedenis der Middeleeuwen zo bekend gebleven pater Brugman. Naar aanleiding van een vraag van de N. R. C t. of de uitdrukking „praten als Brugman" verband houdt met dezen pater Jan Brugman, had prof. Brandsma de vriendelijkheid ons het volgende te schrijven, aldus het blad. „Heel gaarne voldoe ik aan uw verzoek om een nadere inlichting over de uitdrukking „praten als Brugman." Deze uitdrukking is veel ouder dan uw Amsterdamse advocaat uit de laatste tijd van de 18e eeuw. Zij houdt inderdaad verband met den bekenden Franciscaansen redenaar uit de vijftiende eeuw. Het eerst komt zij voor in het jaar 1462 en wordt daar met hem in verband gebracht. Dit geschiedt in een lijst van de leden van de Amsterdamse regering op het jaar 1462, waar wij lezen: „de 22 November is Brugman, wesende van de oorden der Minnebroederen, in dese stad gekomen ende tegen wille der Heren Magistraten in de stad gebleven door sijn welsprekentheyd aen de devote gemeente, waervan nog een spreekwoord is gebleven: al kost gy praten als Brugman". Vgl. Handvesten van Amsterdam, Iste stuk, D. 3. In 1680 verscheen te Keulen een klein boekje: „De twaalf profeterende tongen", waarin onder de naam van Brugman 47 vierregelige versjes staan. Het laatste versje luidt: „Al kondt ghy praeten als Brugman// Om de zielen aen te locken// Mijn geit, dat weet ick, niemandt kan// soo gauw uyt myne beurse kloppen." Dus toen leefde het ook nog. Vermelding vindt het dan verder in 1729 dus begin 18e eeuw te Amsterdam in het grote werk van I. Le Long, Historische beschryvinge van de Reformatie der stadt Amsterdam, blz. 360. In 1843 wordt het dan aan hem toegeschreven door mr. Feith in een opstel over pater Brugman in de Groninger Volksalmanak van dat jaar. En in zijn groot werk over Brugman komt dan in 1854 prof. Moll het nog weer opnieuw bevestigen met de woorden: „Hoe het Nederlandse volk van alle standen den man, die zijn beste jaren en krachten aan de hoogste belangen der voorvaderen wijdde, nog niet vergeten heeft, is den lezer bekend. De spreekwoorden „al kondt gij praten als Brugman" en „Brugman zoekt zielen en ik zoek geld" waren vierhonderd jaren lang, van dag tot dag, op de lippen van duizenden;".... Hij laat er intussen op volgen, dat velen de spreekwijze „al kondt gij praten als Brugman" gebruiken zonder te weten, „of zij daarbij te denken hebben aan een welsprekend man of een ijdelen klapper, een middeleeuwsen volksredenaar, een Leidsen hoogleraar of een Amsterdams pleitbezorger?" Hij zegt daarmee echter niet, dat er een hoogleraar van dien naam te Leiden was noch een pleitbezorger van die naam te Amsterdam." (De Volkskrant, 22/03/1939)

< >

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.