(1982) (turbotaal) iemand met een positieve instelling. Term van Kees van Kooten en Wim de Bie. Het reliduo 'De Positivo's' debuteerde op 20 oktober 1982 met het nummer 'Het Wijnjaar Nul'. Daarin werd de boodschap gepredikt dat het onverstandig was om harddrugs of hasj te gebruiken. Veel beter was het om in de Here te gaan. In de jaren tachtig van de twintigste eeuw werden woorden met uitgang -o plots populair. Turbotaal was in opmars, een fenomeen waar Jan Kuitenbrouwer een boek over schreef.
• Jullie staan bekend als positivo's. Gaat dat zover dat een onderwerp als zeg... de dood taboe is? (Oor, 02/11/1985)
• In dat schimmige wereldje kenden ze collega-therapeut Karel Schellens als een lieve en behulpzame positivo, die met zijn magnetiserende gaven veel klanten trok. (Elsevier, 25/04/1987)
• Jonathan Richman, de gelukkigste man op aarde, positivo tot in het graf... (Oor, 13/02/1988)
• Heeft de cynicus Reed plaats gemaakt voor de positivo Reed? (Nieuwe Revu, 16/02/1989)
• (C.A.J. Hoppenbrouwers: Jongerentaal: de tipparade van de omgangstaal. 1991)
• Heeft u ook zo genoeg van het leger positivo's? Van positief denken als oplossing en dooddoener? (Opzij, december 1997)
• Hij noemt zichzelf een `ongelooflijke positivo'. (Vrij Nederland, 02/05/1998)
• Dames en heren, mag ik u voorstellen… aan de meester-positivo, de goeroe van het succesvol denken… (Khalid Boudou: Het schnitzelparadijs. 2011)
• Positivo’s aller landen, gelieve u te onthouden! (Christophe Vekeman: Een uitzonderlijke vrouw. 2012)
• Maar dat zei de pluizige positivo allemaal niet. (Maan Leo: Ik ben Maan. 2012)
• Het feit dat tegenstanders vaak wat gas terugnamen in de tweede helft, was voer voor zwartkijkers en niet voor de positivo's onder ons. (Harry Zevenbergen: De zwaartekracht is ook maar een mening. 2014)
• Van Kooten en De Bie hebben door de jaren heen de Nederlandse taal met een groot aantal woorden en uitdrukkingen verrijkt. Sommige daarvan worden nog steeds gebruikt, ook door mensen die al lang niet meer weten wie ooit de bedenkers waren: ‘regelneef’ (een overijverige regelaar), ‘positivo’ (iemand die tegen de verdrukking in positief blijft denken), ‘oudere jongere’ (iemand van middelbare leeftijd die zich jeugdig blijft voordoen) en ‘krasse knarren’ (fitte ouderen die nog flink meedoen) zijn stuk voor stuk Nederlands cultuurbezit geworden. (Han Lörzing: Mijn generatie. Een ode aan de babyboomer. 2015)
• Het maakt niet uit hoe belabberd een tekst is, Thomas zal altijd iets van waarde ontdekken. Dat doet hij niet om iemand op te beuren, of om de positivo uit te hangen. (Diverse auteurs: De leraar die mijn leven veranderde. 2016)
• Kom op, meissie. Jij was toch die positivo? (Hetty Kleinloog: Volle bloei. 2018)
• Het had vanzelfsprekend ook zijn weerslag op Jasper. Voor hem, zelfbenoemde “positivo”, was het onbegrijpelijk dat ik me zo lang zo slecht voelde. (Sofie Rozendaal: De stilte in bed. 2019)
• Feit was dat ik uit alles wat ik had meegemaakt de kansen en mogelijkheden haalde: ik was een onverbeterlijke positivo. (Frans Douw: Het zijn mensen. 2021)