Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

Gepubliceerd op 11-10-2021

paranimf

betekenis & definitie

(18e eeuw) (< Gr. para: naast + numphios: bruidegom) (stud.) begeleider van een doctorandus bij de promotie tot doctor. Eigenlijk: bruidsjonker.

• Een paranimf met een bundel gouwenaars in de hand ronddraaiende: een pijp? (Klikspaan: Studentenleven. 1844)
• Gepromoveerden en paranymfen dan „scheidden des nachts ten twaelf uuren, met zich neemende eenige Muzijkanten en speeltuig, met welke ze voor het huis van elke Juffer, welke de goedheid gehad hadden, om hunne handen tot het versieren hunner bonnetten te leenen, tot bewijs van dankbaerheid, een Serenade of nachtmuzijk gaven, zijnde overal door den Luitenant met zijn wagt verzeld”. (Het Utrechtsche Studentenleven 1636-1936, onder redactie van J. Bierens De Haan e.a. 1936)
• De titel van zijn proefschrift luidt: „Nationale loonpolitiek, experiment of instrument". Als paranimf zullen optreden de staatssecretaris van economische zaken, drs. F. W. Gijzels en de echtgenote van drs. Derksen, zelf afgestudeerde van de Tilburgse hogeschool. (Trouw, 22/05/1963)
• Het protocol van een promotie aan deze technische hogeschool schrijft aan een vrouwelijke promovendus of paranimf het dragen van een rok met wit vest en witte das voor of schenkt in het geheel geen aandacht aan het bestaan van vrouwelijke promovendi of paranimfen. (De Volkskrant, 22/05/1970)
• Uit Zuidema's Belgische jaren dateren veel vriendschappen, waaronder die met dr. Luc Dequeker, nu hoogleraar judaistiek te Leuven, die bij de promotieplechtigheid als paranimf optreedt. De andere paranimf is echtgenote drs. Marina Zuidema-Hazenberg, psycholoog-therapeute en docente psychologie… (Trouw, 31/03/1987)