Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

Gepubliceerd op 08-02-2021

paranimf

betekenis & definitie

(18e eeuw) (< Gr. para: naast + numphios: bruidegom) (stud.) begeleider van een doctorandus bij de promotie tot doctor. Eigenlijk: bruidsjonker.

• Een paranimf met een bundel gouwenaars in de hand ronddraaiende: een pijp? (Klikspaan: Studentenleven. 1844)
• De titel van zijn proefschrift luidt: „Nationale loonpolitiek, experiment of instrument". Als paranimf zullen optreden de staatssecretaris van economische zaken, drs. F. W. Gijzels en de echtgenote van drs. Derksen, zelf afgestudeerde van de Tilburgse hogeschool. (Trouw, 22/05/1963)
• Het protocol van een promotie aan deze technische hogeschool schrijft aan een vrouwelijke promovendus of paranimf het dragen van een rok met wit vest en witte das voor of schenkt in het geheel geen aandacht aan het bestaan van vrouwelijke promovendi of paranimfen. (De Volkskrant, 22/05/1970)
• Uit Zuidema's Belgische jaren dateren veel vriendschappen, waaronder die met dr. Luc Dequeker, nu hoogleraar judaistiek te Leuven, die bij de promotieplechtigheid als paranimf optreedt. De andere paranimf is echtgenote drs. Marina Zuidema-Hazenberg, psycholoog-therapeute en docente psychologie… (Trouw, 31/03/1987)