Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 29-12-2023

pajot, panjot

betekenis & definitie

(18e eeuw) (Barg.) soldaat. Uit 'panjot' zou volgens sommigen het Vlaamse woord piot* zijn ontstaan.

• (Cartouche of de gestrafte booswigt: Uyt het Fransch in Nederduitsche vaerzen. 1731)
• (Nicolas Racot de Grandval: Nederduitsch en Bargoens woordenboek. 1743)
• (Taco H. de Beer: Onze volkstaal. 1882-1890)
• (Isidoor Teirlinck: Woordenboek van Bargoensch. 1886)
• (H. de Seyn-Verhougstraete: Het Bargoensch van Roeselare. 1886)
• (J.G.M. Moormann: De geheimtalen. 1934)
• (E.G. van Bolhuis: De Gabbertaal. 1937)

< >