(19e eeuw) (< Fr. Nul est héros pour son valet de chambre) (gez.) de grootsheid van grote mannen vervaagt in de ogen van degenen die hen dagelijks van dichtbij kennen. Hun zwakheden en kleine gewoonten overschaduwen uiteindelijk hun prestaties. Deze filosofische spreuk wordt over het algemeen toegeschreven aan Anne-Marie Bigot, Dame Cornuel (1605-1694, een geestige vrouw en aforiste uit de 17e eeuw. Haar geestige opmerkingen en scherpe replieken werden verzameld en van mond tot mond doorgegeven). Dit gezegde impliceert dat het publieke imago heel anders is dan de realiteit van de menselijke natuur.
• Het spreekwoord “niemand is een held in 't oog van zijn kamerdienaar" vindt een krachtige tegenspraak in de verschijning van een boek, onlangs te Kopenhagen uitgegeven onder den titel van “Trekken uit het leven van Thorwalden als kunstenaar en als privaat persoon." De schrijver daarvan is een zekere C. F. Wilckens, die jaren lang kamerdienaar geweest is van den grooten beeldhouwer en die zonder opsmuk en zonder eenige letterkundige pretentie zijne herinneringen heeft opgeschreven, hetgeen vooral het boekje belangrijk maakt, waarvan reeds een tweede uitgaaf is verschenen en dat voorzeker in verscheiden andere talen zal overgebracht worden. (Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad, 01/06/1874)
• Ik erken uw goede bedoelingen, mevrouw Chester, maar ge zult er niet in slagen om mij in de oogen van miss Hardcastle als een held te doen voorkomen. — Niemand is een held in de oogen van.... hoe is ook weer ’t einde van het spreekwoord? (De courant, 20/07/1906)
• Maar zijn gelaatsuitdrukking was vreugdevol vergeleken bij die van zijn ponnie. Sam's ponnie werd er door de andere paarden aan de ruif en in de weide op aangekeken, dat hij een troubadour tot baas had in plaats van een echte vloekende en schreeuwende cowboy. Niemand is een held in de oogen van zijn eigen paard. (Nieuwe Apeldoornsche courant, 09/10/1926)
• Gij kent wel dat wereldwijze Fransche spreekwoord met de uitwerking van een tweesnijdend zwaard: Nul est héros pour son valet de chambre. Dat beteekent: niemand is een held in het oog van zijn kamerknecht. Dat niet enkel den „held" ontluistert, doch ook den „kamerknecht" brandmerkt. Dat wil te kennen geven, hoe alle grootheden klein worden voor wie ze van nabij bekijkt, hoe alle gewichtige personaadjes gewoontjes en banaal worden, hoe de sterken-indrukmakers heelemaal geen indruk maken, hoe de ontzagwekkenden, de bewondering opwekkenden, de in eer en aanzien stralenden, van vereering en hoogachting omringden, hoe de pose lievenden, door de mand vallen voor wie hen in hun menschelijke blootheid gadeslaan. (Nieuwe Tilburgsche Courant, 30/09/1941)
• Een humoristische „historische” roman over koningin Elizabeth en haar tijdgenoten, waarvan de schrijvers het aloude gezegde: „niemand is een held in de ogen van zijn kamerdienaar” tot motto en „Leitmotiv” hebben gekozen. (Vrij Nederland, 14/05/1949)
• Er gebeurde in de Ford Motor Company niets zorder dat Ford er van wist. Ge ziet: niemand is een held in ds ogen van zijn valet. (De Telegraaf, 25/10/1951)
• De echte held is gelaarsd en geharnast. De pantoffelheld is de held in négligé, de ontmaskerde held, zoals hij door zijn huisgenoten gezien wordt. Niemand is een held in de ogen van zijn huisgenoten. (Cornelius Wilhelmus Maria Verhoeven: Symboliek van de voet. 1956)
• valet de chambre enz.: kamerdienaar van een groot man, toespeling op het franse gezegde: niemand is een held in de ogen van zijn kamerdienaar. (Multatuli: Volledige werken. Deel 21. Brieven en dokumenten uit de jaren 1881-1882. 1990)
• Intrigerender nog dan de voorspellingen op zich is de analyse van de sociale en politieke ontwikkelingen die Daalder tot zijn scenario's bracht. Zo nam hij toen al scherp waar dat de grotere zichtbaarheid van politici door de televisie de eerbied voor het ambt zou uithollen. 'Het spreekwoord dat niemand een held is in de ogen van zijn kamerdienaar verwerft nu plotseling, oneindig vergroot, gelding in de politieke verhoudingen'. (Trouw, 25/04/2026)