1) (1964) (inf.) tot niets meer in staat zijn; geen resultaat meer bereiken. Eigenlijk: het lijkt alsof hij er in het geheel niet meer bij is.
• Als ik me aan de kritiek had gestoord, was ik nergens. (Jan Mens: De kleine waarheid (1967)
• Jij moet eens leren de mensen in hun waardigheid te laten. Anders ben je nergens! (Heere Heeresma: Geef die mok eens door, Jet! 1968)
• De hele zaal tastte in z'n zakken. De vent was nergens meer. (Martin Koomen: De roze vlag. 1975)
• Maar als de motor het begeeft, of er steekt een storm op, dan ben je nergens meer. (Trouw, 16/01/1993)
• Als mensen zeggen: bent u de kleinzoon van Matisse? dan ben je nergens meer. (NRC Handelsblad, 16/11/1993)
• Ja, als hij er geen gevaar mee loopt, maar als hij er gevaar mee loopt, is hij nergens meer! (J.J. Voskuil: Het Bureau 2. Vuile handen. 1996)
2) (1961) (ton.) overspeeld worden (door een andere acteur of actrice).
• Hij of zij was nergens (meer) = een acteur of actrice die door een ander ‘overspeeld’ wordt. Mej. M.A.F. Ostendorf te Haarlem, die speciaal de sporttaal bestudeerde, tekent bij deze uitdrukking het volgende aan. ‘Het is inderdaad een uitdrukking, die in de taal van de sportjournalist frequent voorkomt, maar ik betwijfel, of juist deze uitdrukking van journalistieke zijde moet komen; dat die in de sfeer van het sportspel zelf is opgekomen lijkt mij zeker even waarschijnlijk. Hij is (was) overal “opponeert” nl. tegenover de uitdrukking, die U interesseert. We hebben hier dus invloed van de taal van de sport op de taal van het toneel. Alleen is het m.i. niet zeker langs welke weg deze invloed zich heeft doen gelden. De uitdrukking is namelijk ook in de algemene taal doorgedrongen in de betekenis van: uit het lood geslagen zijn, uit het veld geslagen zijn, overbluft zijn. Er kán dus sprake zijn van directe of indirecte invloed. Voor zover ik heb kunnen nagaan is Hij of zij was nergens (meer) een zeer recente uitdrukking. Een van de meest sprekende getuigenissen daarvan kreeg ik van een gewezen militair, die zich herinnerde, dat de uitdrukking gedurende zijn diensttijd (nog maar enkele jaren geleden) onder militairen nog niet in gebruik was. Juist dáár zou deze wél gehoord zijn, als het bestaan niet nog zeer kortstondig was. Een nauwkeuriger datering kan ik tot mijn spijt niet geven’. (de Nieuwe Taalgids. Jaargang 54. 1961)