Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 10-01-2021

neref

betekenis & definitie

(19e eeuw) (Barg.) licht.

• Wij belenzen het later bij het neref van een winkel; het is echt spul. „Jongen", zeg ik tegen de „slappe", „houdt het goed gewoerem " en laten wij naar moeder Jans (81) gaan, want die „Scheele" is een griek en hij kon het wel in zijn ros krijgen, ook ons te versliegenen .... (De locomotief: Samarangsch handels- en advertentieblad, 23/04/1881)
• (H. de Seyn-Verhougstraete: Het Bargoensch van Roeselare. 1886)
• (Jac. van Ginneken: Handboek der Nederlandsche taal. 1914)
• (Paul van Hauwermeiren: Bargoens. Vijf eeuwen geheimtaal van randgroepen in de Lage Landen. 2020)

< >