Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

Gepubliceerd op 16-10-2022

narcostaat

betekenis & definitie

(1985) (< Eng. narco-state) land waarvan de economie afhankelijk is van de handel in illegale drugs. Volgens Wikipedia werd de term voor het eerst gebruikt om Bolivia te beschrijven na de coup van Luis García Meza in 1980, die voornamelijk werd gefinancierd met de hulp van drugssmokkelaars. Ook Nederland, met zijn in buitenlandse ogen vaak omstreden drugsbeleid, krijgt soms dit pejoratieve etiket opgeplakt.

• De drugshandel heeft zon enorme vlucht genomen, dat al herhaaldelijk is voorgesteld de hele negotie maar te legaliseren. In ieder geval zijn de vijftig hoogste bazen in het drugswezen zó machtige figuren geworden, dat ze een „narcostaat" in de staat zijn gaan vormen. (De Volkskrant, 26/01/1985)
• Parijs heeft dit keer de beschaving ingezet om de ‘narco-staat’ op betere gedachten te brengen. (Elsevier, 06/07/1996)
• De Franse beschuldiging dat wij er een narcostaat op na houden, moest worden ingetrokken en het nieuwe jaar begon veelbelovend met de Amsterdamse burgemeester Patijn: als Chirac in juni tijdens de EU-top in onze hoofdstad per se in het op de Wallen gesitueerde hotel The Grand wil logeren, hem best, maar daar gaan we de binnenstad dus niet voor oppoetsen. HP/De Tijd, 10/01/1997)
• Voor het eerst is ook in Brazilië een drugskartel ontdekt. Politiemensen, rechters en politici hebben een deel van de Braziliaanse Amazone omgetoverd tot een heuse narcostaat. (De Morgen, 29/09/1999)
• Omdat de regering-Karzai er niet in slaagt haar gezag te doen gelden buiten de muren van Kaboel, dreigt Afghanistan af te glijden tot een 'narcostaat' waar drugshandelaars het voor het zeggen hebben. (Metro, 30/10/2003)
• Nederland is behalve een criminele narcostaat ook een vunzig belastingparadijs waar rijke stinkerds ongegeneerd mogen meuren. (Youp van ‘t Hek: De leugen dicteert. 2022)